‘Mijn vrouw is van de klopboor en ik van de staafmixer’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Jan Volbers (52), projectmanager bij Pre-U.

Photo by: Arjan Reef

Hoe lang werk je al op de UT?

‘Een eeuwigheid. In juni ’96 begon ik als webmaster bij de afdeling voorlichting. Ik heb mij naar binnen gebluft, dat kan ik nu wel zeggen. Eigenlijk had ik nog nooit iets met het web gedaan. Toen ik werd aangenomen, heb ik mezelf in de zomervakantie HTML geleerd. Op de UT werd ik uiteindelijk hoofd marketing en via Pieter Boerman ben ik in 2008 als projectleider bij Pre-U begonnen. Ik geef het wel eens als tip mee aan mijn jonge collega’s: je moet af en toe bluffen, al ga je soms enorm op je bek.’

Hoe bevalt het bij Pre-U?   

‘Ik heb de gaafste baan ter wereld. De constante samenwerking met slimme en ambitieuze mensen, voorkomt dat ik ­­–­­­­­­­­­­ met mijn 52 jaar – een cynische, oude man word. De mensen waarmee ik werk, zijn minstens twintig jaar jonger. Het is daarnaast mijn passie om onderwijs te geven. Ik leid mensen op en kijk naar hoe je onderwijs ontwikkelt.’

Waar woon je?

‘In Enschede, op tien minuten van fietsen van de UT. Ik ben er geboren en getogen en heb aan de UT onderwijskunde gestudeerd. Toen ik na tien jaar afstudeerde was mijn oudste dochter al geboren.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Ik ben 28 jaar getrouwd en heb drie dochters. De oudste is inmiddels alweer 25 en werkt in Zwitserland als röntgenlaborant. Vorig jaar zijn mijn vrouw en ik voor het eerst sinds 25 jaar weer met z’n tweeën op vakantie gegaan. We zijn vier weken met een camper door Denemarken en Noorwegen getrokken. Dat zijn echt superlanden.’

Wat heb je gisteravond gegeten?

‘Hutspot. Dat past wel bij dit weer. Ik kook praktisch elke dag. Wij hebben thuis een omgekeerde verdeling. Mijn vrouw is van de klopboor en ik van de staafmixer. Ik kan wel klussen hoor, maar ik heb er een hekel aan. Hetzelfde geldt omgekeerd voor mijn vrouw: die heeft niets met koken. Als we met Pre-U op een teamweekendje gaan, sta ik in de keuken. Koken voor grote groepen is echt een passie van mij. Het eerste tot het laatste bord moet er goed uitzien. Voor 400 man pasta op hun bord knikkeren, is geen kunst. Ze moeten merken dat er aandacht aan is besteed.’

Heb je nog andere hobby’s?

‘Naast dat eten, sport ik veel. Anders slib ik echt dicht. In de winter schaats ik bij Skeuvel. En natuurlijk om de week naar FC Twente. Ik heb een seizoenkaart, maar het is de afgelopen jaren wel heel pijnlijk. Vroeger kon je altijd nog zeggen: ‘’gelukkig gaat het nóg slechter met Heracles’’, maar zelfs dat gaat niet meer op.’

(Tekst loopt verder onder foto)

Naar welke muziek luister je?

‘Vrij breed. Ik luister naar Nederlandse rap, female singer-songwriters, oude blues, Rammstein en af en toe klassiek. Mijn ultieme vrijdagavond is thuis op de bank met mijn iPad en dan door de nummers heen gaan. Van die Nederlandse rap vind ik Diggy Dex en Extince leuk. Ik ben niet zo into Ronnie Flex en Boef, van dat patsergedrag. De teksten moeten goed zijn. Ik ben dan ook een milde taalnazi. Van fraaie beeldspraak kan ik ontzettend genieten. Neem Daniel Lohues, die heeft een tekst: scherpe punten op een leien dak. Dat is toch prachtig.’

Waar heb je eigenlijk een hekel aan?

‘Geklaag van mensen die zeggen dat ze het zo zwaar en moeilijk hebben. Daar reageer ik minder empathisch op. In Nederland vind ik dat geklaag af en toe ontzettend misplaatst. Kijk wat je hebt. Sommige mensen beseffen niet in wat voor bevoorrechte positie wij hier zitten. Als ik ze dan hoor klagen, word ik minder aardig.’

Als je voor één dag collegevoorzitter zou zijn, dan?

‘Ik zou studenten nog meer hun eigen richting laten bepalen. Dat doen we in Twente al ontzettend goed. Ik vind het concept van het TOM-model tamelijk briljant. Het is organisatorisch extreem moeilijk, maar laat studenten hun eigen TOM samenstellen. Laat ze zelf vaststellen welke hiaten ze in hun kennis hebben, zodat ze hun studie daar op kunnen inrichten.’