‘Dit ga ik écht niet doen, dacht ik 23 jaar geleden’

| Rik Visschedijk

We werken bijna iedere dag samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. In deze aflevering medewerker reserveringsbureau Linda Westra (47).

Hoe lang werk je op de UT?

‘Dat is nu 23 jaar. Ik begon in 1994 vanuit uitzendbureau Randstad als secretaresse in de bestuursvleugel. Mijn eerste werkdag herinner ik me nog goed. Ik dacht: ‘Dit ga ik écht niet doen. Ik kijk het een week aan, maar dan bel ik Randstad dat ze iets anders voor me moeten zoeken.’ Het was me te ver fietsen en ik vond de werkplek net een mausoleum. Toch heb ik 22 jaar in de bestuursvleugel gewerkt, het viel dus alles mee!’

Hoe gaat het met je?

‘Nu heel goed. Sinds een jaar werk ik op het reserveringsbureau nadat ik een tijd overspannen thuis zat. Ik begon op een re-integratieplek bij evenementen & cultuur. Toen dat afgerond was, vroeg de toenmalig chef van het reserveringsbureau of ik daar wilde komen.’

Waar ben je mee bezig?

‘Het fijne van mijn werk is de afwisseling van reserveringen en evenementen. Vanuit het reserveringsbureau ben ik met mijn collega’s het eerste aanspreekpunt voor de zaalverhuur. Daarbij regelen we alles, van catering tot bloemstukken. Daarnaast zit ik op evenementen. Nu ben ik druk met de Twentse Vrouwenloop. Voor dat externe evenement regel ik alle UT-zaken en probeer ik onze medewerkers warm te maken om mee te lopen. Zelf lukt dat niet omdat ik aan het werk ben. En ik ben eerlijk gezegd meer een wandelaar dan een hardloper.’

Verliefd, verloofd of getrouwd?

‘Gelukkig samen met mijn partner Robin. Hij is vandaag 50 jaar geworden en we hebben vier kinderen: Sem (13), Miki (12), Susannah (10) en Frederieke (7).’

Waar woon je?

‘In Boekelo. Ik werk 32 uur en ga met de auto naar de campus. Het voornemen is om dat op de fiets te doen, maar het komt er maar niet van. ’s Ochtends breng ik de kinderen naar school in Enschede en ik kan dus niet de kortste weg nemen.’

Welk boek op het nachtkastje?

‘Met vier kinderen en een drukke baan kom ik niet veel aan lezen toe. Onlangs heb ik Op een ochtend van Virginia Baily gelezen, over een joods gezin in de Tweede Wereldoorlog. Ze worden op transport gezet, maar een Italiaanse vrouw redt het zoontje en neemt hem op in het gezin. Verder lees ik graag Jane Austen en andere romans over vrouwen en de keuzes die ze maken.’

Wat heb je gisteren gegeten?

‘Oh, dat wil ik helemaal niet vertellen! Bij de jongste ging gisteren de tweede tand eruit en de kinderen vinden dat een reden om patat te eten. Dus dat en een vegetarische kroket. Bij ons thuis is de helft vegetariër en de andere helft eet vlees. Ik ben in de tijd van de dioxine-kippen en de gekkekoeienziekte gestopt met het eten van vlees. Toen de spotgoedkope kippen weer in de schappen lagen dacht ik: dit klopt niet, we worden als consument voor de gek gehouden.’

Muziek om te dansen of voor de troost?

‘Beide. Ik vind het heerlijk om muziek op te zetten die je een beetje verdriet maakt. Maar onderweg naar school zetten we in de auto vaak radiozender 100% NL op en zingen we mee met Als de morgen is gekomen van Jan Smit. Onlangs heb ik Elvis herontdekt: daar was ik vroeger fan van. En in oktober ga ik met m’n zus naar Simply Red, daar kijk ik echt naar uit. Wat ik niet trek is bijvoorbeeld Tom Waits. Mijn partner Robin is daar gek van, maar ik denk altijd: doe toch eens normaal.’

Ik ben het meest trots op?

‘Dat is natuurlijk een open deur, maar dat zijn mijn kinderen. Ze zitten in een heel interessante leeftijd, zo rond de pubertijd. Af en toe kijk ik naar mijn oudste zoon en dan snap ik helemaal niets van zijn wat-kan-mij-het-schelen houding. Ik ben benieuwd of ik tegen vier pubers opgewassen ben.’

Ik heb bewondering voor?

‘Jesse Klaver schiet me meteen te binnen. Ik heb hem gezien bij Van Torentje naar Torentje. Hij is nog zó jong, maar ook zo gedreven en standvastig. En mijn oma van 98. Op die leeftijd heeft ze haar vrolijke karakter behouden. Als ik met haar praat denk ik altijd; wat heb je toch veel meegemaakt.’