Bernhard Hoeksma, die als woordvoerder namens de groep spreekt, snapt er weinig van. Al ruim 15 jaar trekt hij – met een aantal mede-alumni die allemaal tussen de veertig en zeventig jaar zijn – zijn baantjes op de UT. En dat waardeerden Hoeksma en kornuiten altijd zeer. ‘Het buitenbad is gewoon prachtig, een paradijsje tussen de bomen. En voor mij op anderhalve kilometer van huis, ideaal dus.’
Publiek-private kwestie
Maar aan dat zwemplezier kwam vorig jaar zomer een einde. Naar aanleiding van de publiek-private kwestie in relatie tot betaalbare sport- en cultuurvoorzieningen voor studenten en medewerkers, moest de Student Union – die het sportbeleid bepaalt – de indeling van de klantgroepen aanpassen. ‘Alle keuzes die gemaakt zijn op het gebied van sport en cultuur in de afgelopen jaren, vloeien voort uit de Vision Sports and Culture 2024 - 2027. Bij het opstellen daarvan is uitgebreid gesproken met diverse stakeholders en betrokken partijen’, aldus Lars Laverman, portefeuillehouder Sport & Cultuur.
Daarnaast werd voor de UT-zwembaden ook een risico-inventarisatie- en evaluatieplan opgesteld. Gijs Verburg, manager Sport en Cultuur: ‘Er is besloten dat het bad alleen toegankelijk is voor actieve studenten en medewerkers, geautoriseerde (studenten)verenigingen en de UT-zwemschool. Alumni vallen hier helaas buiten. En dat is superjammer, ik kan me de teleurstelling goed voorstellen. Maar dit is gebaseerd op een beleidsplan.’
Laverman: ‘Ook vanuit de SU begrijpen wij dat het voor deze alumni teleurstellend is dat zij geen gebruik meer kunnen maken van het zwembad. Velen hebben een hechte band met de universiteit en we realiseren ons dat dit besluit hen raakt.'
Geen diepe zakken
Verburg voegt daaraan toe dat deze beslissing genomen is, omdat men de zwemvoorziening juist wil behouden voor de UT-gemeenschap. ‘De beleidsregels ten aanzien van publiek-private investeringen worden namelijk streng getoetst, zodat het voor de gebruikers veilig is. Maar dat pakt voor sommige individuele gevallen helaas vervelend uit. Het gaat hier om een semiopenbaar bad, geen openbaar bad. De Provincie Overijssel bepaalt daarin de regelgeving. Helaas hebben we geen oneindig diepe zakken om het bad beschikbaar te houden voor allerlei groepen.’
Hij legt uit: ‘Met name verschillen in leeftijd, zwemvaardigheid en gezondheid vergroten bij drukte of beperkte toezichtcapaciteit de kans op incidenten, waaronder verdrinking, letsel en gezondheidsproblemen. Het beheersen van deze risico’s zou een verhoogde inzet van gekwalificeerd toezicht en aanvullende beheersmaatregelen vereisen. Deze inzet is organisatorisch en financieel niet haalbaar.’
Alumnus Hoeksma zegt voor die nieuwe regels best begrip te hebben. Maar bij navraag bij de provincie bleek het volgens hem toch anders in elkaar te steken. ‘De UT interpreteert de regels heel strak. Volgens de provincie zelf zit er echt wel ruimte. Een zwemverbod was volgens hen niet nodig geweest.’
Een gunst, geen recht
De zwemalumni boden daarom aan om het dubbele te betalen en alleen in daluren gebruik te maken van het bad. ‘Daar was de UT niet gevoelig voor, we liepen tegen een muur aan. Datzelfde gevoel hadden we ook na een gesprek met Verburg en een brief van het college van bestuur.’
Het gevoel dat nu blijft hangen is alsof ze ‘afgedankt’ zijn, zegt Hoeksma. ‘Zwemmen in dat buitenbad is een verleende gunst, geen recht. Dat snap ik ook. En ik draag de UT een warm hart toe. Maar wij als alumni deden veel voor de UT, waaronder donaties, gastcolleges geven en studenten verder helpen. Als je zelf namelijk op gegeven moment succesvol bent, dan wil je wat terug doen voor je alma mater. Het was daarom heel fijn dat we op deze manier verbonden bleven met elkaar en de UT. Dat ons dit nu wordt ontnomen, daar begrijpen we maar weinig van.’
Warme band
Wie er ook weinig van begrijpt is alumnibureaumanager Maurice Essers. Hij zegt dat het Alumni Office als opdracht heeft van het college van bestuur om de band te versterken met alumni én dat zij onderdeel zijn van de UT-community. ‘En daar proberen we van alles voor te verzinnen. Want als de UT ze een keer nodig heeft, dan wil je ook dat ze daar welwillend tegenover staan. Dus, aan één kant ligt die opdracht van het CvB, en aan de andere kant wordt iets afgebroken.’
Het is ook daarom dat alumni nog toegang hebben tot de bibliotheek en bepaalde andere voorzieningen. Essers: ‘Wij zeggen altijd: de campus is your home away from home. De fysieke plek om nog eens naar terug te keren voor een kop koffie of ontmoetingen.’
Over de zwembadkwestie deed Essers zelf navraag bij de Student Union, het Sportcentrum en de Provincie Overijssel. ‘De provincie zegt duidelijk: ‘Dit is niet ons beleid, maar dit is hoe de UT het invult’. Ik denk dan: UT, je kunt toch wel iets regelen voor dit groepje alumni? Al weet ik natuurlijk ook niet wat daar exact de kosten van zijn.’
Hoeksma vertrouwt er ondertussen op ‘dat de leiding van de UT tot het inzicht komt dat je alumni aan je moet binden en dat deze onnodige uitsluitingsmaatregel wordt teruggedraaid’.