Raad van State: hogeschool mag frauderende student niet wegsturen

Ook na drie keer frauderen mag Inholland een student niet van de opleiding sturen, oordeelt de Raad van State. De hogeschool woog de persoonlijke omstandigheden niet consequent mee.

Een hbo-rechtenstudent leverde voor haar afstuderen een plan van aanpak in met bronvermeldingen die niet klopten of zelfs helemaal niet bestonden. Met meer dan de helft van de verwijzingen was iets mis.

Dat was niet voor het eerst. Al twee keer eerder werd ze betrapt. Daarom wilde de examencommissie haar voor vier periodes uitsluiten van deelname aan toetsen. Ook wilde de commissie haar door het college van bestuur van de opleiding laten verwijderen.

De examencommissie bracht de straf uiteindelijk terug tot twee periodes vanwege persoonlijke omstandigheden van de student. Maar het verzoek om haar uit te schrijven bleef staan. Daarom stapte de student naar de onderwijsrechter. Inmiddels is ze zelf gestopt met de opleiding, maar ze wil bij de rechter ‘haar eer en goede naam’ redden.

Buiten redelijke twijfel

De Raad van State oordeelt inhoudelijk in het voordeel van de hogeschool. De omvang en de ernst van haar fouten waren zodanig dat ‘buiten redelijke twijfel’ sprake was van fraude.

Toch krijgt de student deels gelijk. De Raad van State snapt namelijk niet waarom de examencommissie haar straf matigt van vier naar twee maanden en tegelijkertijd dreigt om haar van de opleiding te sturen. Dat is ‘moeilijk te rijmen’, aldus de rechter. De hogeschool mag haar dus niet uitschrijven, maar de twee maanden toetsuitsluiting blijft in stand.  

Zorgvuldig en consistent

Volgens onderwijspsycholoog Henk van Berkel, die een proefschrift schreef over ‘juridisch correct examineren’, laat de uitspraak zien dat ‘onderwijsinstellingen streng mogen optreden tegen fraude, maar dat ze hun sancties zorgvuldig en consistent moeten motiveren’.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.