Onderwijsminister Rianne Letschert noemde bij het indienen van het wetsvoorstel de nieuwe wettelijke graad ‘echt een missend puzzelstukje’. ‘Praktijkgericht onderzoek is van grote waarde om ons oplossingen te leveren voor maatschappelijke problemen.’
Woorden die logischerwijs als muziek in de oren klinken van Hans Voordijk, coördinator van de vijf EngD-programma’s die de UT aanbiedt. ‘Dit kan zeker positief uitwerken. Zodoende is het niet alleen maar een titel die universiteiten uitgeven, maar ook een wettelijk beschermde titel.’
Voordijk is bekend met de lange aanloop naar het wetsvoorstel. Eerder bood de UT ze namelijk al aan onder de noemer Professional Doctorate in Engineering (PDEng). ‘Totdat de hogescholen hun eigen soort PhD wilden, die Professional Doctorate ging heten. Sindsdien heet de ontwerpersopleiding op de technische universiteiten Engineering Doctorate oftewel EngD. Dit wetsvoorstel creëert daarom ook welkome duidelijkheid over deze derde onderwijsfase: op het hbo heb je een Professional Doctorate, wie promoveert krijgt de doctorstitel, en wie deze academische ontwerpersopleiding afrondt, heeft de titel EngD.’
Wat is een engineering doctorate (ENGD)?
De UT biedt sinds 2012 Engineering Doctorate-programma’s aan. Ze zijn enigszins vergelijkbaar met promotietrajecten, maar toch anders. Een EngD is een tweejarig post-master traject, nauw verwant met het bedrijfsleven en focust op (technologisch) ontwerpen, in plaats van uitsluitend wetenschap.
Onbekend maakt onbemind
Toch zijn de EngD-trajecten op de UT nog redelijk onbekend – en daarmee ook relatief onbemind. Waar vorig jaar bijna driehonderd promovendi hun proefschrift verdedigden, haalden negen Engineering Doctors de eindstreep. ‘Het is een kleine opleiding, met per jaar zo’n twintig mensen die instromen’, zegt Voordijk.
Toch zijn er wel degelijk groeiambities, volgens de coördinator. ‘We hopen te verdubbelen in instromers, naar veertig. Er zijn namelijk veel kansen om Engineering Doctorates als instrument voor Leven Lang Ontwikkelen in te zetten, bijvoorbeeld binnen het chiptechnologie-versterkingsplan Beethoven.’
Of de beschermde titel het vliegwiel kan zijn voor de groei, durft Voordijk niet te voorspellen. Hij ziet vooral soelaas in nauwere samenwerking met het bedrijfsleven. ‘Momenteel staan vijf op zes EngD’ers op de payroll van de universiteit, terwijl we hen slechts het loon van eerstejaars promovendi kunnen aanbieden. Daarmee kun je qua beloning nauwelijks concurreren met het bedrijfsleven. Je ziet dat dit met name veel Nederlandse kandidaten ervan weerhoudt om voor zo’n traject te kiezen, ook al kan het heel interessant zijn voor zowel kandidaten als bedrijven. Met meer EngD’ers op de payroll van bedrijven zou dit traject nog aantrekkelijker worden.’