De Belastingdienst heeft een rechtszaak gewonnen die om het btw-tarief voor wetenschappelijke tijdschriften draait: wanneer mogen ze het lage tarief in rekening brengen en wanneer moeten ze het hoge tarief hanteren?
Vroeger was dit geen kwestie. Voor een abonnement op een tijdschrift betaal je het lage tarief: geen 21 procent, maar 9 procent. Dus als je honderd euro aan een abonnement uitgeeft, komt daar slechts 9 euro btw bovenop.
Maar universiteiten betalen liever niet meer voor abonnementen. In plaats daarvan betalen ze voor het publiceren in die tijdschriften door hun eigen wetenschappers. En dan geldt volgens de Belastingdienst het hogere btw-tarief.
Ideaal
De zaak speelt tegen de achtergrond van steeds duurder wordende abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften. Universiteiten van over de hele wereld (dus ook in Nederland) raakten er steeds meer geld aan kwijt, terwijl hun eigen wetenschappers de artikelen schreven en beoordeelden op kwaliteit. Waar betalen we de uitgevers eigenlijk voor, vroegen ze zich steeds vaker af.
Ook de politiek begon zich ermee te bemoeien. Waarom moesten de uitkomsten van publiek gefinancierd wetenschappelijk onderzoek achter de betaalmuur van tijdschriften verdwijnen? Eigenlijk had iedereen het recht om die kennis tot zich te nemen.
Nederland wilde voorloper worden in de strijd om open access, oftewel vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen. De universiteiten voerden stevige onderhandelingen met de grote uitgevers.
Verdienmodel omgedraaid
Bij ‘open access’ wordt het verdienmodel van de uitgevers omgedraaid. Universiteiten betalen niet meer om de tijdschriften te lezen, maar om erin te publiceren. Die artikelen worden dan voor iedereen gratis beschikbaar.
Dat zou financieel gesproken op hetzelfde neer moeten komen. Buiten de universiteiten neemt niemand een abonnement; dat is veel te duur. Als de universiteiten blijven betalen, kan de betaalmuur net zo goed verdwijnen.
Rechtszaak
Maar voor ‘lezen’ geldt volgens de Belastingdienst een ander btw-tarief (9 procent) dan voor ‘publiceren’ (21 procent). Daar gaat de rechter in mee, blijkt uit een recent vonnis in het nadeel van ict-coöperatie SURF, die de abonnementen beheert.
De btw maakt de sprong naar open access duurder. Het gaat om flinke bedragen. In 2020 betaalden de kennisinstellingen 62 miljoen euro voor abonnementen en publicatierechten, zegt universiteitenvereniging UNL.
UNL steunde SURF in de rechtszaak met een brief aan de rechters. Er is eigenlijk niets veranderd, staat daarin, niet bij de tijdschriften en niet bij ons. Het enige verschil is dat die betaalmuur verdwijnt en dat is in het algemeen belang. Waarom zouden we daarvoor juist extra moeten betalen? Maar de brief mocht niet baten.
UNL vindt de btw-regels tegenstrijdig, zegt voorzitter Caspar van den Berg. “Hierdoor worden onderzoekers en instellingen onnodig belast, terwijl de overheid juist innovatie en kennisdeling wil stimuleren.”
Kosten
De kosten zelf (voor abonnementen of publiceren) liggen overigens ook onder vuur: wat doen uitgevers eigenlijk? Wetenschappers schrijven de artikelen en andere wetenschappers beoordelen de kwaliteit, dus wat blijft er welbeschouwd aan taken over? Kan de wetenschappelijke wereld zelf geen tijdschriften oprichten?
Dat laatste gebeurt maar mondjesmaat. De grote uitgevers zitten nog altijd stevig in het zadel. Uitgeven blijkt toch een vak en de reputaties van de grote tijdschriften zijn onverwoestbaar. Wetenschappers staan nog altijd graag in de ‘beste’ tijdschriften.
Nederlandse publicaties
Bijna 80 procent van de Nederlandse wetenschappelijke publicaties is tegenwoordig in open access, blijkt uit cijfers van het Rathenau Instituut.
![]()
© HOP. Bron: Rathenau Instituut.
Er zijn allerlei soorten open acces. Bij diamanten open access wordt er helemaal niets betaald: geen abonnementsgeld en geen publicatiegeld (en dus ook geen btw). Daarin treden universiteiten zelf als uitgevers op. Maar dat percentage blijft zeer beperkt.
De ‘gouden’ route is publicatie in een tijdschrift waarvan alle artikelen toegankelijk zijn. Hybride tijdschriften vermengen de twee modellen: sommige artikelen staan achter een betaalmuur, andere zijn gratis te lezen.
Ten slotte heb je nog de ‘groene’ variant. Daarbij staat het tijdschriftartikel achter een betaalmuur, maar kun je het wel ergens in een digitaal archief van de universiteit terugvinden.
Er is ook een bronzen variant van open access, die bijna niet meer voorkomt. Bij bronzen open access worden de artikelen pas na een tijdje openbaar, of slechts tijdelijk.