Een Nijmeegse student lag met haar opleiding in de clinch over flexibel studeren. Om haar zin te krijgen had ze haar moeder meegenomen naar de studentenbalie. ‘Uiteindelijk heeft de politie de moeder het pand uit begeleid’, staat in het vonnis te lezen.
Kapot procederen
Ze kreeg een waarschuwing van de universiteit ‘omdat ze op een intimiderende, dwingende en niet-respectvolle wijze had gecommuniceerd met medewerkers’. Later kreeg ze een tweede waarschuwing, omdat ze via de telefoon had geschreeuwd tegen medewerkers en gedreigd had dat ze de universiteit ‘kapot zou procederen’.
Maar volgens de universiteit bleef ze de studieadviseur en medewerkers van de studentenbalie bestoken met intimiderende telefoontjes en e-mails. Nadat ze gedreigd had langs te komen, werd de studentenbalie zelfs tijdelijk gesloten. Uiteindelijk ontzegde de Radboud Universiteit de student drie maanden lang de toegang tot het onderwijs en de onderwijsgebouwen.
De student stapte naar de onderwijsrechters van de Raad van State. Die vinden het best begrijpelijk dat het universiteitsbestuur als werkgever aanleiding zag om in te grijpen, maar stellen de student toch in het gelijk.
Onvoldoende onderbouwd
Hoewel er volgens de rechters sprake was van ongepaste communicatie, blijkt uit de stukken niet dat de student medewerkers ook echt persoonlijk heeft bedreigd. Juist omdat het campusverbod bedoeld was voor het beschermen van de fysieke veiligheid in de onderwijsomgeving, had die dreiging zwaarder moeten worden onderbouwd.
Onderwijspsycholoog Henk van Berkel, die een proefschrift schreef over ‘juridisch correct examineren’, maakt zich al langer zorgen over de soms gebrekkig onderbouwde besluiten van onderwijsinstellingen. Deze zaak is daar een voorbeeld van. Het recht op toegang tot onderwijs is volgens hem niet absoluut, maar als je het beperkt moet je dit zeer zorgvuldig motiveren. ‘Het dossier bevatte wel aanwijzingen voor frequent en onaangepast communicatiegedrag, maar niet voor daadwerkelijke bedreigingen of fysiek onveilige situaties.’
Het Radboud-bestuur had volgens hem beter kunnen kiezen voor een minder ingrijpende maatregel, bijvoorbeeld een beperking van het contact met specifieke afdelingen of personen.