Wat wordt verwacht van studenten in deze positie?
‘Belangrijk verschil om te benadrukken: deze studenten zijn géén vertrouwenspersonen. Daar moet je namelijk een opleiding voor afronden. Ze zijn vertrouwenscontactpersonen. We noemen ze ook wel peer listeners. Daar komt hun rol in de praktijk vaak op neer: ze bieden een luisterend oor en vervullen een soort brugfunctie tussen een medestudent met problemen en de hulpstructuur van de universiteit. Niet iedereen weet even goed de weg te vinden naar die hulpstructuur, dus kan het helpen om eerst de stap te zetten naar zo’n confidential contact person binnen de eigen vereniging.’
Hoe wijdverspreid zijn deze vertrouwenscontactpersonen binnen de verenigingen?
‘Hoeveel verenigingen wel of niet zo’n functie hebben, daar heb ik geen cijfers van. De Student Union heeft dit collegejaar gezegd dat elke vereniging een vertrouwenscontactpersoon moet hebben, zo begrepen we. Wij boden zodoende in september de eerste ronde trainingen aan, donderdag volgt de tweede ronde. Overigens is het fenomeen niet onbekend op de UT; vanuit ons Student Wellbeing Improvement Program liep er al langer een project met confidential contact persons, maar dan met studenten die over de volle breedte van de UT beschikbaar waren voor medestudenten.’
Wat voor casuïstiek krijgen deze studenten voor de kiezen en hoe moeten ze daarmee omgaan?
‘Het kan bijvoorbeeld gaan om ongewenst gedrag, maar in het verleden zagen we al dat het vaak wat breder was: gedoe met studie of vrienden bijvoorbeeld. De studenten zijn geen professioneel therapeuten of bemiddelaars. Het zit echt in maximaal één of twee gesprekken, om een luisterend oor te bieden en waar nodig om door te verwijzen. Soms is alleen dat luisterend oor al genoeg.
Belangrijk daarbij is het stukje vertrouwelijkheid: een student moet erop kunnen vertrouwen dat alles wat besproken wordt binnenskamers blijft. Je moet anonimiteit kunnen garanderen. Daar zit een kleine mits aan: op het moment dat iemand echt gevaar loopt of als je als vertrouwenscontactpersoon in gewetensnood komt, dan mag die vertrouwelijkheid doorbroken worden via een doorverwijzing naar ons als hulpstructuur.’
Wat biedt jullie training?
‘Goed om te weten is dat de training niet verplicht is. Het kan namelijk zijn dat bijvoorbeeld een sportvereniging al een dergelijke training aangeboden krijgt via de eigen nationale bond. Maar we raden het wel aan.
De training is verdeeld over twee dagen. De eerste dag bespreken we wat we verstaan onder grensoverschrijdend gedrag en nemen we de zogeheten boundaries door: wat doe je als confidential contact person wel en wat niet? Vervolgens besteden we aandacht aan gespreksvaardigheden – en bovenal: luistervaardigheden. Tussen de eerste en de tweede training volgt een reflectiemoment. Tijdens de tweede training herhalen we een deel van de eerste sessie: hoe initieer je een gesprek, hoe luister je? En juist tijdens deze dag gaan we ook in op hoe je een gesprek eindigt. En: hoe ziet de hulpstructuur op de UT eruit?’
Je noemt al vaker het belang van luisteren. Is dat de belangrijkste eigenschap voor een vertrouwenscontactpersoon?
‘Ik zou zeggen van wel. Het is heel logisch om in een reflex te schieten en te zeggen: je moet het zus of zo oplossen. Elke casus is persoons- en contextafhankelijk, dus je kan niet één oordeel vellen. Als vertrouwenscontactpersoon bepaal je niet wat een ander wel of niet moet doen. Daar oefenen we veel op tijdens de training.’
Hoe belangrijk is zo’n functie binnen de vereniging en het studentenleven?
‘Het is zeker mooi dat we het aanbieden, al zijn er ongetwijfeld ook veel studenten die hun weg al weten te vinden naar een studieadviseur of iemand anders binnen de hulpstructuur. Zolang studenten die de behoefte hebben hun weg maar weten te vinden. In die zin denk ik dat het goed is dat er binnen verenigingen een plek is waar problemen aangekaart kunnen worden.’