Niet naar college, wel naar de bijbaan: studenten besteden minder tijd aan studie

Ze werken naast hun opleiding en de collegezalen zijn opvallend leeg: studenten doen steeds minder voor hun studie. ‘Zelfs als ik het geld niet nodig had, zou ik dit werk waarschijnlijk toch doen.’

Photo by: Pexels.com;LEEROY.ca

Annelore, tweedejaars student hbo-verpleegkunde, heeft een bijbaan in de ouderenzorg. ‘Ik kan doordeweeks geen vaste dagen garanderen omdat mijn rooster vaak verandert, daarom werk ik in het weekend.’ Het liefst zou ze twee vaste lesdagen hebben, zegt ze. Dan kan ze daaromheen haar werk en zelfstudie organiseren. 

Rover zit in zijn laatste jaar van de wo-bachelor humanistiek en werkt twintig uur per week naast zijn studie. ‘Ik sta achter de bar bij een poppodium. Dat is heel leuk, want je spreekt veel mensen, maar de nachtdiensten zijn erg vermoeiend.’ Zijn studie lijdt er soms onder, geeft hij toe.

Zij zijn geen uitzondering. Van alle 325 duizend bachelorstudenten aan universiteiten en hogescholen heeft 62 procent inkomsten uit een bijbaan, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS.

Steeds meer mensen maken zich zorgen, want bijbaantjes gaan ten koste van studeren. Ook zijn er aanwijzingen dat studenten steeds minder in de les komen opdagen. Hoe valt het tij te keren? 

Veel uren

Hbo-studenten werken iets meer uren dan hun wo-collega’s. Vaak gaat het om één of anderhalve dag in de week (44 procent van alle bijbaantjes), maar een bijna even grote groep hbo’ers werkt tussen de 12 en 35 uur. Verpleegkundestudent Annelore doet dat ook, en het valt haar niet altijd mee: ‘Het is lastig om vrije tijd te hebben als je een volle lesweek combineert met een weekend in de zorg. 

Eén op de acht werkende hbo’ers heeft zelfs een fulltime baan naast de studie. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan ouderejaars die alleen nog hun eindopdracht moeten afmaken en al een echte baan hebben gevonden.

Universitaire studenten hebben ongeveer even vaak een baantje als de hbo’ers, maar ze werken meestal minder: 60 procent draait maximaal twaalf uur per week. Er zijn in de wo-bachelor ook nauwelijks studenten die fulltime werken. Dat laatste doen ze overigens wel in de masters: 18 procent. Kennelijk schrijven ze de scriptie dan in de weekenden en avonduren, naast een volledige werkweek.

Minder uren studie

Natuurlijk heeft al dat werk gevolgen voor de studie. Neem Rover, die zo’n twintig uur per week werkt. ‘Ondanks mijn nulurencontract verwacht mijn werkgever dat ik altijd kom, ook in tentamenweken. Werk gaat dan vaak voor op de studie’, zegt hij.

Cijfers van de jaarlijkse Studentenmonitor bevestigen dit: als studenten een vaste bijbaan hebben, besteden ze minder tijd aan studeren.

© HOP. Bron: Studentenmonitor 2024, ResearchNed. Voltijd wo en hbo.

Hier komt bij dat studenten naar eigen zeggen steeds minder tijd aan hun opleiding besteden. Hier en daar breekt paniek uit door de komst van ChatGPT en andere AI-programma’s, waarmee studenten hun schrijfopdrachten zouden maken. Dat is op zich logisch, maar de ‘studeercrisis’ is al eerder begonnen.

In 2018, ruim voor de doorbraak van AI, was 60 procent van de hbo’ers (naar eigen zeggen) meer dan 30 uur per week met de opleiding bezig: colleges, werkgroepen, zelfstudie enzovoorts. Maar hun inzet kalft af. In de laatste cijfers (2024) blijft het percentage nog maar net boven de 50.

In het wetenschappelijk onderwijs zie je zoiets ook gebeuren, al is het effect kleiner. Daar is rond de 60 procent meer dan dertig uur in de week met de opleiding bezig. Het was vroeger iets erboven, en nu iets eronder. De trend is naar beneden.

60 studiepunten

Eigenlijk is het gek dat studenten zoveel uren naast hun opleiding werken. Studies zouden in principe 40 uur in de week moeten kosten. Daar is het aantal studiepunten ook op gebaseerd. De een leert misschien sneller dan de ander, maar eigenlijk zouden studenten de hele week aan hun opleiding moeten besteden.

‘Mooi voor je bijbaan

naast je studie!’

Toch melden enkele hogescholen op hun websites dat een bijbaan prima kán. De Christelijke Hogeschool Ede: ‘En je hebt meestal 1 roostervrije dag per week. Mooi voor je bijbaan naast je studie!’ Avans schrijft: ‘Maar je hebt ook zeker nog tijd over om andere leuke dingen te doen of een bijbaantje te hebben.’ Windesheim zegt kort en krachtig over de voltijds bacheloropleiding: ‘Te combineren met een bijbaan.’

In het wetenschappelijk onderwijs klinkt het ook tamelijk gewoon. De Universiteit Twente schrijft op de website: ‘Iets waar veel studenten over nadenken, of zelfs mee worstelen, is de vraag of ze wel of niet naast hun studie moeten werken. Moet ik me concentreren op mijn lessen of moet ik een werkstudent worden? Nou, het goede nieuws is dat je niet hoeft te kiezen. Je kunt beide doen!’

Elders kun je ook zulke voorbeelden vinden. Tilburg University heeft een speciale pagina op de website vol verwijzingen naar vacaturesites als bijbanen.nl en studentjob.nl. De Universiteit Utrecht heeft een eigen vacaturebank voor studenten.

Een bijbaan is zo gebruikelijk geworden dat studenten eisen stellen aan hun opleiding: die moet zich een beetje flexibel opstellen, vinden ze. Verpleegkundestudent Annelore zou graag zelf haar planning maken. ‘Maar docenten verwachten dat wij elke dag van negen tot vijf uur op school met de studie bezig zijn’, zegt ze.

Voor humanistiekstudent Rover is het makkelijker, want hij krijgt maar op twee dagen les. Hij werkt niet alleen bij het poppodium, maar zit ook in de universiteitsraad. Daar is hij ongeveer een dag per week aan kwijt.

Verplichte aanwezigheid

Met een overvloed aan bijbaantjes en steeds minder studietijd kun je één ding op je vingers natellen: studenten slaan weleens een college of werkgroep over. Zeker als ze geen aanwezigheidsplicht hebben.

‘Dit betekent dat er maar negen studenten zitten,

terwijl een docent er dertig verwacht.’

Izaak Dekker, onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam, analyseerde de opkomst bij zeven HvA-opleidingen die het bijhielden. Zij noteerden een gemiddelde aanwezigheid van slechts 30,6 procent, inclusief de verplichte uren. ‘Dit betekent dat er gemiddeld maar negen studenten zitten, terwijl een docent er dertig verwacht.’ Anders gerekend: een student komt maar naar drie van de tien colleges.

Is dit overal zo? Verpleegkundestudent Annelore ziet ook dat klassen soms maar halfvol zitten. Ze probeert zelf alles te volgen, maar begrijpt medestudenten die ver weg wonen en niet willen reizen voor slechts twee uur les.

Vrijwel iedereen in het hoger onderwijs kent waarschijnlijk de verhalen over halflege collegezalen, maar harde cijfers zijn er niet of nauwelijks. De aanwezigheid wordt zelden bijgehouden, in elk geval niet centraal.

Onderzoeker Rick Ikkersheim (Hogeschool Inholland) is gespecialiseerd in studiesucces. Hij noemt het gebrek aan harde cijfers een blinde vlek: ‘Het verhogen van die aanwezigheid is de kortste route naar een lagere uitval van studenten. Als je hiermee aan de slag wilt, dan moet je wel eerst weten hoe het nu met die aanwezigheid is.’

Afwezige studenten zijn blijkbaar niet gemotiveerd, krijgt Ikkersheim te horen als hij hierover praat. Maar je kunt dit niet zomaar op studenten afschuiven, vindt hij. Je moet kijken wat er aan de hand is.

Software

Er is hernieuwde aandacht voor aanwezigheidsplicht. Sommige universiteiten, zoals de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden, stellen werkcolleges voor eerstejaars rechten verplicht en monitoren hun aanwezigheid met speciale software. 

Te vaak afwezig? De consequenties kunnen pittig zijn; in een uiterste geval volgt uitsluiting van het tentamen. En dat is niet voor niets, laat het ‘team aanwezigheidsplicht’ bij de Vrije Universiteit weten. ‘Het missen van werkcolleges bij rechten in het eerste jaar heeft nu gevolgen voor hun studievoortgang. Ze kunnen het niet afkopen met een vervangende opdracht. 

‘Studenten hebben heus wel door

wanneer ze er echt moeten zijn’ 

Komen deze studenten dan niet in de knel met hun bijbaan? Als ze serieus hun diploma willen halen, zullen echt wel naar de verplichte lessen komen, menen ze bij de Vrije Universiteit. Dan werken ze maar wat minder.

Voorzitter Sarah Evink van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft moeite met dit soort ingrepen: ‘Studenten zijn volwassen en hebben heus wel door wanneer ze er echt moeten zijn. En als het misgaat, leren ze daar ook weer van.’

Omgekeerd wil ze ook niet zeggen dat de aanwezigheidsplicht verkeerd is. ‘Ik denk dat maatwerk belangrijk is en dat keuzes over aanwezigheid dicht bij de opleiding gemaakt moeten worden. 

Dekker (HvA) is er na zijn onderzoek anders over gaan denken. Docenten lijden onder lege klassen en hebben minder plezier in hun werk. En studenten leren letterlijk minder. Dekker: ‘Docenten moeten bij vakken in jaar twee en drie veel stof herhalen, omdat er zo weinig kennis beklijft van het eerste jaar.’

Inkomsten hard nodig

Wie vaak aanwezig is in de lessen, zeggen onderzoekers, valt minder vaak uit. Je weet alleen niet zeker hoe dat komt. Misschien doen deze studenten gewoon meer hun best en zouden ze het sowieso wel redden. Voor studenten voelen de lessen niet altijd cruciaal.

Daar komt bij dat voor studenten twee dingen samenkomen: het leven is duur en hun bijbaan is leerzaam. ‘Zonder dit baantje kan ik simpelweg mijn collegegeld niet betalen’, zegt Annelore. ‘Maar zelfs als ik het geld niet nodig had, zou ik dit werk waarschijnlijk toch doen voor de praktijkervaring.’

Zo denkt Rover er ook over. Hij heeft de inkomsten nu hard nodig om zijn hoge huur te betalen, maar in zijn werk voor de universiteitsraad en het poppodium doet hij allerlei professionele vaardigheden op. ‘Het is gewoon leuk om in verschillende omgevingen te werken.’

Beide studenten vinden dat een bijbaan niet noodzakelijk zou moeten zijn voor basisuitgaven. Maar dat is nu eigenlijk wel zo. Volgens het Nibud kost studeren (huur, boodschappen, collegegeld enzovoorts) bijna 1.200 euro per maand, terwijl de basisbeurs voor uitwonenden slechts 324 euro bedraagt.

Een hbo-student verdient gemiddeld 833 euro per maand met werk en/of stage; een wo-student komt tot 690 euro. Bijna vier op de tien studenten heeft géén bijbaan; de vraag is hoe zij het dan redden.

ISO-voorzitter Evink weet het wel: ‘Sommige studenten hebben het geluk dat hun ouders veel bijdragen. Anderen kunnen gewoon geen bijbaan hebben, zoals studenten geneeskunde. Zij zijn soms letterlijk van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds weg voor hun coschappen. Zij bouwen dan een hoge studieschuld op.’

Uiteindelijk zegt 57 procent van de studenten makkelijk rond te komen (Nibud, 2024), maar een flinke groep heeft er moeite mee. Studentenorganisatie ISO pleit daarom voor een hogere basisbeurs van 530 euro.

Blije werkgevers  

Moeten we dan maar accepteren dat studenten sowieso werken en minder tijd aan hun opleiding besteden? Werkgevers zullen er allicht niet om rouwen. Zij profiteren van de studenten als goedkope, flexibele schil in een krappe arbeidsmarkt. Veel studenten werken ook op onregelmatige tijden.

‘Als wij het onderwijs niet verplichten,

dan kiezen ze voor werk, sport of iets sociaals’

Annelore en Rover hebben een voorkeur voor vaste werkdagen bij hun werkgever, zeggen ze, maar ze komen weleens in de problemen met hun wisselende studieroosters. Ze zouden graag vaste dagen in de week vrij hebben.

Ikkersheim van Inholland snapt dat wel. Opleidingen moeten allereerst een goede structuur bieden, zegt hij. De meeste studenten hebben behoefte aan regelmaat, zowel in het onderwijs als in hun privéleven. ‘Ik denk dat veel studenten in de praktijk hun studie als parttime aanvliegen. Als wij het onderwijs niet verplichten, dan kiezen ze voor activiteiten die wél een verplicht karakter hebben, zoals werk, sport of iets sociaals.’

Dus zit er wat Ikkersheim betreft maar één ding op: aanwezigheid moet weer de norm worden. Er moet een cultuurverandering komen. Hij pleit voor een ‘wederzijdse verplichting’: studenten moeten naar colleges komen, zeker in het eerste jaar, in ruil voor betrokken docenten en een aantrekkelijk rooster dat ruimte biedt aan een bijbaan zonder schade te berokkenen aan de inzet van studenten.

Welke studenten werken veel?

Het verschilt sterk per studierichting hoeveel studenten naast hun voltijdopleiding werken, en hoeveel uren ze eraan besteden. In het hbo werkt ongeveer 60 procent, met meer werkende studenten in de sectoren onderwijs en economie (zie de stipjes in de grafiek). In het onderwijs is die bijbaan meestal groter dan anderhalve dag in de week.

Eén op de acht (12,5 procent) werkt eigenlijk fulltime. En dit is zonder de stages. Bij gedrag en maatschappij is dat zelfs meer dan 15 procent. Studenten van taal en cultuur doen dat bijna nooit. Zij werken het minst en als ze wél werken, dan is hun bijbaan meestal kleiner dan bij de rest.

© HOP. Bron: CBS.

Van de wo-bachelorstudenten heeft 62 procent een bijbaan (zie de stipjes in de grafiek), dus dat is vergelijkbaar met het hbo. Ook hier zijn weer flinke verschillen. In de sector gedrag & maatschappij heeft 71 procent een bijbaan; dat aandeel is nog geen 50 procent bij techniek en bij landbouw & natuurlijke omgeving.

© HOP. Bron: CBS.

Uitval en studiesucces blijven stabiel

Dat studenten meer werken en minder studeren, heeft niet meteen gevolgen voor hun kansen op een diploma. Het leidt bijvoorbeeld niet tot hogere uitval. In het eerste studiejaar van het hbo is de uitval 14 procent, zelfs iets lager dan voorheen. In het wo is dat gemiddeld 5 tot 7 procent.

Maar het studiesucces is toch al niet zo hoog. Veel studenten lopen vertraging op. In het hbo behaalt ongeveer 52 procent het diploma binnen vijf jaar (met hooguit een jaar uitloop). Aan de universiteit weet slechts 64 procent binnen vier jaar de (driejarige) wo-bachelor af te ronden.

Dat is schrikbarend laag, vindt onderzoeker Rick Ikkersheim (Inholland). ‘Als het hoger onderwijs een bedrijf was geweest, was het al failliet gegaan.’

Er zijn wel uitschieters: de Rietveld Academie (een kunsthogeschool) behaalt bijvoorbeeld 86 procent binnen vijf jaar het diploma en Hotelschool The Hague heeft slechts 4,4 procent uitval in het eerste jaar. Dat zijn instellingen met een strenge selectie. Aan de universiteiten scoort de sector onderwijs hoog: 75 procent behaalt binnen vier jaar het diploma aan de (driejarige) bachelor, tegen de helft in de sector techniek.

Studentenorganisatie ISO neemt het voor de studenten op. Studievertraging heeft een te negatieve lading gekregen, vindt voorzitter Evink. Want wat noem je succes? Het studietempo maakt volgens haar niet zoveel uit, zolang je maar over de eindstreep komt. ‘Als je studenten vraagt wanneer ze hun studie succesvol vinden, is het meest gegeven antwoord ‘een diploma behalen’ en het minst gegeven antwoord ‘nominaal afstuderen’. Studenten vinden zelfontwikkeling belangrijker.’

Maar als die vertraging voortkomt uit een gebrek aan inkomsten, dan is het een ander verhaal. Evink maakt zich zorgen over de vele studenten met een omvangrijke bijbaan: ‘Veel studenten werken meer dan 16 uur. Dat gaat ten koste van hun mentale gezondheid.’


 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.