Dijkgraaf: niet stoppen met commerciële voorbereidende programma’s

| Jelle Posthuma

Onderwijsminister Dijkgraaf is niet van plan te stoppen met de commerciële voorbereidende jaren aan hogescholen en universiteiten. Dat zegt hij in een antwoord op Kamervragen over Twente Pathway College. Wel verlangt de minister duidelijke verbeterpunten, zoals verdere aanscherping van de selectiecriteria voor internationale studenten.

CDA-Kamerlid Harry van der Molen stelde de vragen aan de minister na berichtgeving op U-Today, waaruit blijkt dat slechts 40,9 procent van de Pathway-studenten in het eerste jaar van hun academische opleiding een positief bindend studieadvies (BSA) krijgt. Dijkgraaf vindt dit genoemde percentage laag, laat hij in zijn antwoord op Van der Molen weten. ‘Er is echter geen centrale registratie van het bindend studieadvies, waardoor een vergelijking op studiesucces met andere voorbereidende programma’s of met studenten die via de ‘reguliere’ weg zijn ingestroomd, niet goed mogelijk is.’

De minister heeft extra gegevens opgevraagd bij de UT over de resultaten van Pathway-studenten. Er is een kleine nuance bij de 40,9 procent, zo blijkt. Ook studenten die zelf vroegtijdig stoppen gedurende het voorbereidend jaar worden bij dit percentage gerekend. Van de Pathway-studenten die daadwerkelijk beginnen met een academische studie aan de UT, krijgt 66 procent een positief bindend studieadvies na het eerste jaar. Dit is exclusief uitvallers en inclusief studenten met een uitgesteld BSA. Ter vergelijking: voor alle UT-bachelorstudenten is dit percentage 79 procent. Nog altijd een beduidend verschil dus. Over dit verschil laat de minister zich in zijn antwoorden verder niet uit.

Uitputting

Uit het rapport waaruit U-Today publiceerde blijkt dat de hoge studentenaantallen gecombineerd met de ondermaatse prestaties zorgen voor een ‘uitputting’ van UT-middelen, bijvoorbeeld van UT-docenten en collegezalen op de campus. Dit terwijl Twente Pathway College (TPC) een commerciële partij is. De UT mag alleen publieke middelen besteden aan private activiteiten als het ‘aantoonbare meerwaarde’ heeft, zegt Dijkgraaf in zijn antwoord. Bij TPC is er daadwerkelijk sprake van aantoonbare meerwaarde voor de universiteit, stelt de minister.

Het voorbereidend programma leidt volgens hem niet tot ‘uitputting’ van UT-middelen, omdat internationale studenten een kostendekkend tarief betalen voor hun voorbereidend traject. Wel vragen Pathway-studenten volgens sommige UT-docenten om meer ‘aandacht en ondersteuning’, omdat ze moeten wennen aan het Nederlandse onderwijssysteem, valt te lezen in het antwoord van Dijkgraaf. Wat dit betekent voor de UT-middelen wordt niet toegelicht.

Stoppen?

Tot slot gaat de minister in op de vraag van het CDA-Kamerlid of de universiteiten en hogescholen in de toekomst niet beter helemaal kunnen stoppen met commerciële voorbereidende jaren. Helemaal ophouden gaat Dijkgraaf te ver. Wel verlangt de minister, na eerdere aanscherpingen, nog strengere toelatingseisen voor internationale studenten. ‘De actieve werving door de onderwijsinstellingen moet alleen op de enkele getalenteerde aankomende studenten zijn gericht.’