UT mikt op lager gasverbruik en hogere energielabels

| Jelle Posthuma

De UT wil het gasverbruik op de campus vanaf 2023 met minstens vier procent per jaar terugdringen. Ook moeten alle universiteitsgebouwen in 2030 gemiddeld voorzien zijn van energielabel A.

De UT sluit zich met deze doelstellingen aan bij de nieuwe meerjarenafspraken van de overheid (MJA-4) voor Nederlandse universiteiten en hogescholen. De plannen lopen van 2023 tot en met 2026 en zijn een vervolg op MJA-3, dat liep van 2005 tot en met 2020. De afspraak was toen om het energieverbruik ieder jaar met minstens twee procent te verlagen. De UT wist het verbruik in die periode met bijna 40 procent terug te schroeven.   

Volgens Brechje Maréchal, beleidsmedewerker milieu en duurzaamheid, biedt het meerjarenplan een goede kans om ervaringen uit te wisselen tussen aangesloten universiteiten en hogescholen. ‘De UT werkte de afgelopen jaren aan maatregelen om het energieverbruik te verlagen, terwijl andere universiteiten zich bijvoorbeeld concentreerden op duurzame energie. Het is interessant om de opgedane kennis hierover naast elkaar te leggen en te kijken wat werkt.’

Eenvoudig zal de gasreductie niet worden, weet Maréchal. ‘De gebouwen op de campus zijn aangesloten op het warmtenet, ook wel bekend als stadsverwarming. Op de UT wordt gas voornamelijk gebruikt voor het bevochtigen van de lucht in laboratoria. De reductie van het gasverbruik met vier procent per jaar zal daarom een flinke uitdaging worden.’

Routekaart

Naast de meerjarenafspraken heeft de UT, net als een aantal andere universiteiten, een routekaart opgesteld voor CO2-neutraal vastgoed. Deze plannen zijn een uitwerking van het Klimaatakkoord van de Nederlandse overheid uit 2019, waarin is afgesproken dat Nederland in 2030 49 procent minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990.