UT test surveillancesoftware tegen frauderen

| Rense Kuipers

Vertrouw je de student of kijk je van afstand mee bij het maken van tentamens in coronatijd? De UT kiest voor optie één, maar start ondertussen pilots met proctoring: speciale surveillancesoftware die in de gaten houdt of een student fraudeert. LISA-directeur Jan-Laurens Lasonder licht de afwegingen toe.

Twee hogescholen namen onlangs openlijk afstand van proctoring. De UT is met deze pilots dus  niet per definitie tegen?

Lasonder: ‘Precies. Wat we doen vanuit LISA – in het bijzonder vanuit het TELT-team – is als er onderwijsinnovatie is en docenten willen er gebruik van maken, we dat onderzoeken middels pilots. Je kunt het beste in de praktijk aanlopen tegen eventuele vraagstukken, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en veiligheid. In het specifieke geval van proctoring hebben we te maken met lastige afweging. Aan de ene kant wil je in zo’n uitzonderlijke crisissituatie zo goed mogelijk de studievoortgang van studenten borgen – daar horen tentamens natuurlijk bij. Aan de andere kant zit je met het privacy-aspect. Bij proctoring speelt vooral een kwestie van proportionaliteit: met welk doel verzamel je persoonsgegevens, welke middelen zet je daarvoor in en zijn die middelen wel geoorloofd?’

Wat kan deze surveillancesoftware?

‘We hebben in eerste instantie twee producten bekeken, waarbij de een wat interessanter is dan de ander. Het ingewikkelde is dat je te maken hebt met intelligente software. De software detecteert zelf of iemand fraudeert en doet dat onder meer op basis het volgen van toetsenpatronen en analyse van webcambeelden. Met intelligente software moet je heel erg waken voor false positives. Je zou bijvoorbeeld een onwenselijke situatie kunnen krijgen van een student die even wegkijkt om na te denken, terwijl de software dat registreert als frauderen.’

Wat speelt nog meer mee bij zulke software?

‘Op technisch gebied, heb je het dan vooral over: waar staat de data? Ons beleid is namelijk dat de data in Europa moet blijven. Ook moet de software compatibel zijn met je Learning Management Systeem, in ons geval Canvas. Onderwijskundig heeft het te maken met de opzet van je tentamens. Open boek-tentamens met open vragen zijn veel minder fraudegevoelig dan multiple choice-tentamens. Je moet als instelling goed kijken wat bij je onderwijs past. Al zijn we nu in het stadium van: eerst kijken of het werkt.’

Los van of het werkt, moet je zulke software wel willen?

‘We zeggen als UT niet meteen: dit gaan we niet doen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle andere universiteiten in Nederland, iedereen is ermee bezig en uiteindelijk komt de beste proctoringtool eruit. Of misschien nemen we er wel afstand van, maar dat doen we dan op basis van feiten en ervaringen van onszelf en anderen.

Mijn verwachting is overigens wel dat proctoring voor de UT relatief minder interessant is. Wij hebben bijvoorbeeld geen rechtenstudies waarbij meer dan vijfhonderd studenten tegelijk een tentamen moeten maken. Misschien past bij ons wel een andere oplossing, zoals docenten die op afstand via BlueJeans surveilleren. Het kan heel goed zijn dat dat de meest elegante oplossing blijkt te zijn voor tentamineren op afstand.’

Is de moeite die in proctoring wordt gestoken dan niet voor niks?

‘Nee, dat verwacht ik niet. Sowieso is de ontwikkeling van de techniek uit zichzelf al interessant voor ons. Maar de UT is ook bezig met life long learning en afstandsonderwijs. In zo’n geval: hoe ga je onderwijs geven aan mensen die niet op de campus zijn? Los van wat de uitkomst is op het gebied van proctoring, is het belangrijk dat we het bredere perspectief van digitalisering in de gaten houden.’