Fraude van 1,2 miljoen bij Rijksuniversiteit Groningen

| HOP, Evelien Flink

Drie medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hebben 1,2 miljoen euro aan subsidiegeld en collegegeld van studenten weggesluisd naar een eigen stichting. Dit meldt de NOS.

Een van de medewerkers is ontslagen. Ook is aangifte gedaan van subsidiefraude en valsheid in geschrifte. Op het banktegoed van de stichting is beslag gelegd.

In maart schorste de universiteit het drietal al, toen twijfel ontstond over de financiering van een internationale masterprogramma voor studenten die humanitaire hulp willen bieden in crisisgebieden. De drie medewerkers van de Faculteit der Letteren hadden in 2014 buiten medeweten van de universiteit een stichting voor deze master opgericht.

Op deze manier kon één van de medewerkers forse bedragen aan onkosten declareren en extra betalingen doen aan zichzelf en anderen. Op briefpapier en met stempels van de RUG werden contracten met externe partners aangegaan, waarbij het bankrekeningnummer van de stichting werd vermeld.

De universiteit erkent ook de persoonlijke kant van de zaak, van mensen die jarenlang ‘uiterst gedreven’ bezig zijn geweest met het masterprogramma. ‘Maar we kunnen niet anders concluderen dan dat hierbij fors grenzen zijn overtreden en dat dit niet zonder gevolgen mag blijven voor de betrokken medewerkers’, zegt collegevoorzitter prof. dr. Jouke de Vries in een verklaring.

Niet de eerste keer

Het is niet de eerste keer dat de RUG in opspraak komt in een fraudezaak. In 2016 bleek het toenmalig hoofd technisch beheer 1,1 miljoen euro te hebben verduisterd. De medewerker werd veroordeeld tot drie jaar celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vorig jaar concludeerde de onderwijsinspectie dat de universiteit ten onrechte belastinggeld had gestoken in de oprichting van een buitenlandse campus in het Chinese Yantai. De RUG heeft toen een miljoen euro terugbetaald.

‘Wij realiseren ons dat de RUG vaker te maken heeft met incidenten’, zegt De Vries. ‘We zullen de casuïstiek gebruiken om binnen de universiteit duidelijk te maken dat we dit anders willen.’