Nobelprijs voor ontwikkeling van oplaadbare batterij

Waar zouden we zijn zonder oplaadbare batterijen? De Nobelprijs voor de scheikunde gaat naar drie onderzoekers die de komst van de lithium-ion-batterij mogelijk maakten.

We leven in een oplaadbare wereld, stelt het Nobelprijscomité. Van mobiele telefoons tot pacemakers, batterijen zijn niet meer weg te denken. En dankzij de winnaars van dit jaar kunnen we ze opladen.

De prijs gaat naar de Amerikanen John Goodenough en Stanley Whittingham en de Japanner Akira Yoshino. De 97-jarige Goodenough is overigens de oudste winnaar ooit. Het record van vorig jaar (de natuurkundige Arthur Ashkin was 96 jaar oud) is met een paar maanden verbroken.

Getemd

Whittingham stond in de jaren zeventig aan de basis van de lithium-ionbatterij. Hij ontwikkelde een nieuwe batterij-kathode van titanium-disulfide, waar de lithium-ionen goed konden worden ingebracht en uitgehaald. Goodenough maakte de batterij nog krachtiger door een kathode van metaaloxide te gebruiken. In de jaren tachtig verbeterde Japanner Yoshino vervolgens de anode van de batterij, waardoor deze veiliger werd en geschikt voor alledaags gebruik.

De prijs bedraagt 9 miljoen Zweedse kronen, oftewel ruim 825 duizend euro. In 2016 won de Nederlander Ben Feringa de Nobelprijs voor de scheikunde: hij wist motortjes op molecuulniveau te bouwen. Ook twee andere Nederlanders ontvingen deze prijs. In 1936 ging hij naar Peter Debye voor zijn onderzoek naar gassen, elektronen en röntgenstralen. De voorlaatste Nederlandse Nobelprijswinnaar voor de chemie was Paul Crutzen in 1995, die het gat in de ozonlaag had onderzocht.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.