Rokers bovenal verdeeld over rookvrije campus

| Rense Kuipers

Een eerste inventarisatie onder 154 rokende UT’ers over het nieuwe rookbeleid, levert gemengde reacties op. Ongeveer de helft vindt het een goede zaak en is van plan zich te gaan houden aan het nieuwe rookbeleid. De andere helft vindt het maar niks om te worden beperkt in hun vrijheid om te roken.

Research: Mixed reactions on new smoking policy

A first survey among 154 smoking UT employees and students about the new smoking policy, yields mixed reactions. About half think it is a good thing and plans to adhere to the new smoking policy. The other half don't like to be restricted in their freedom to smoke.

BMS-onderzoekers Marloes Postel en Marcel Pieterse leidden het inventariserende onderzoek onder rokende UT’ers. ‘Dat de campus rookvrij wordt komend jaar, is een feit’, zegt Postel. ‘Wat je in zo’n geval goed moet doen, is je stakeholders bij de weg daarnaartoe betrekken. In het bijzonder de rokers zelf, want zij worden door de maatregel het hardst getroffen.’

Daarom deden Pieterse en Postel in opdracht van de HR-afdeling onderzoek naar onder meer het huidige rookgedrag, of rokers door dit beleid geneigd zijn om te stoppen, of ze zich aan de nieuwe regels gaan houden en of ze geïnteresseerd zijn in stopondersteuning en op wat voor manier ze ondersteund willen worden.

Resultaten

Een kleine greep uit de resultaten: ruim 80 procent van de respondenten rookt dagelijks op de campus – en minstens drie keer per dag. Bijna de helft is het er niet mee eens dat de campus rookvrij wordt, maar de andere helft geeft aan het wél goed te vinden. 35 procent van de medewerkers verwacht minder te zullen gaan roken of zelfs te gaan stoppen. Bij de studenten ligt dat percentage zelfs op 45 procent. Of mensen zich aan de nieuwe rookregels gaan houden, is nog maar de vraag: 28 procent van de studenten zegt dat ze zich er niks van aan zullen trekken, tegenover 19 procent recalcitrante medewerkers. Ongeveer de helft van de rokende respondenten ontvangt graag hulp met stoppen.

Weerstand en steun

‘Het is heel veel fiftyfifty’, zegt Postel over de onderzoeksresultaten. ‘Wat sowieso een duidelijke conclusie is, is de weerstand onder rokers. Dat is deels terecht, want ik snap heel goed dat het vervelend kan zijn voor rokers, zeker de afgelopen paar jaar. We zitten in een overgangsfase: eerst mochten mensen niet meer roken in openbare gebouwen en in restaurants, binnenkort ook niet meer op universiteiten. De overheid werkt stap voor stap naar een rookvrije generatie.’

Maar Postel ziet ook dat rokers aangeven dat ze dit nieuwe rookbeleid zien als zetje in de rug om te stoppen – of op z’n minst te minderen. ‘We zien enerzijds de weerstand, maar anderzijds ook een forse groep rokers die het beleid steunt, zich eraan conformeert of zelfs meedenkt over goede manieren om te handhaven.’

Handhaven

Handhaven is nog voer voor discussie, met het oog op een rookvrije campus per 30 maart 2020 (exclusief woongebied). Postel: ‘Sinds vorige week heeft iedereen een mail ontvangen van het college van bestuur, met de vraag om ook hierover mee te denken. Uit de eerste reacties blijkt dat UT’ers vooral elkaar op een positieve manier willen aanspreken over rookgedrag. Het is overigens wel zo dat andere universiteiten makkelijker kunnen handhaven. Zij hoeven niet een hele campus in de gaten te houden.’

De UT moedigt rokers die willen stoppen in ieder geval aan om in oktober mee te doen aan Stoptober. Ook al is roken een verslaving, zo’n initiatief kan volgens Postel wel helpen. ‘De helft van de respondenten rookt minder dan vijf jaar. Bij die groep zit al helemaal veel potentie om makkelijker te stoppen, zeker als ze de juiste hulp krijgen.’