Keuzegids Masters: selectie minder bepalend dan kleinschaligheid

| HOP, Hein Cuppen

Selectieve masteropleidingen scoren niet beter in de Keuzegids dan masters waar je zo aan mag beginnen. Kleinschaligheid is nog altijd een betere voorspeller van kwaliteit dan een selectief deurbeleid.

Wageningen blijkt dit jaar opnieuw de universiteit met de meeste selectieve masterstudies. Ruim 70 procent van de ‘groene’ masters stelt bijvoorbeeld eisen aan het gemiddelde bachelorcijfer van kandidaten, laat hen een toelatingsgesprek voeren of een assessment doorlopen. Andere universiteiten, waaronder Twente, Eindhoven en Tilburg, zijn veel minder kieskeurig. Respectievelijk 6, 9 en 15 procent van hun masters selecteert aan de poort.

Lof

Tot lagere oordelen van studenten in de Nationale Studenten Enquête en van onderwijskeurmeester NVAO hoeft dat niet te leiden, blijkt uit de vandaag verschenen Keuzegids Masters. Masterstudies met minder dan twintig eerstejaars scoren over het algemeen bovengemiddeld goed, terwijl programma’s met meer dan tweehonderd eerstejaars minder lof krijgen, of ze nu wel of niet selectief zijn.

Ook de tweejarige researchmasters doen het goed in de Keuzegids. Zij danken dit niet aan hun deurbeleid, vermoedt de redactie; het zijn gewoon goede opleidingen. Dat laatste geldt waarschijnlijk ook voor de Wageningen Universiteit, opnieuw de koploper van de reguliere universiteiten.

De UT, die maar zes procent van haar masterstudenten selecteert, doet weinig voor Wageningen onder. De universiteiten van Leiden, Delft, Rotterdam en de UvA zijn hekkensluiters in de lijst.