Fors meer bachelors aan UT

| Rense Kuipers , HOP, Steffi Weber

De UT kent dit collegejaar een stijging van 14 procent aan nieuwe bachelorstudenten ten opzichte van vorig jaar. Het aantal nieuwe masterstudenten daalde met zo’n 4 procent.

Foto: een rij studenten bij de Kick-In 2018.

MOre bachelor's students at the UT

The number of enrolled UT bachelor's students has increased with 14 percent, compared to last year. There are less master's students however: a decrease of 4 percent. To keep up quality and small-scale education, UT executive chairman Victor van der Chijs says more government funding for technical education and research has become 'inevitable'.

Het totale aantal studenten aan Nederlandse universiteiten ligt dit jaar vijf procent hoger dan vorig jaar. Op de UT is dat zeven procent, zo blijkt uit het landelijke onderwijsdatabestand 1cHO, gepubliceerd door universiteitenvereniging VSNU. Instroomstijgingen bij de UT-bacheloropleidingen Business & IT, informatica en werktuigbouwkunde droegen daar vooral aan bij.

Bij de masterstudies is het een ander verhaal. Hoewel masterstudenten tot en met juni 2019 kunnen instromen, kan de UT vergeleken met hetzelfde ijkmoment vorig jaar rekenen op vijftig masterstudenten minder – van 1301 naar 1251. Volgens de universiteit ligt dat vooral aan het lager aantal UT-bachelorstudenten in 2015, wat ten koste gaat van de doorstroom naar de master.

Inschattingsfout

Het ministerie rekende landelijk gezien op twee procent stijging en heeft de studentengroei onderschat volgens de VSNU. Opnieuw is de zogeheten ‘referentieraming’ van het ministerie – de voorspelling van het aantal ingeschreven studenten – te laag. Het totale aantal bedraagt dit collegejaar 290 duizend, blijkt uit de cijfers van de universiteitenvereniging.

Vorig jaar leidde de onderschatting van het ministerie tot een gat in de begroting en uiteindelijk tot een zogeheten doelmatigheidskorting: een bezuiniging die vanaf 2021 voor alle onderwijssectoren samen 183 miljoen euro bedraagt en waaraan het hoger onderwijs en onderzoek vanaf 2021 bijna vijftig miljoen moeten bijdragen. Door de nieuwe inschattingsfout van het ministerie zullen er nog grotere tekorten ontstaan in het wetenschappelijk onderwijs, vreest de VSNU.

UT: ‘Vasthouden aan kwalitatief en kleinschalig’

Voorzitter Pieter Duisenberg maakt zich zorgen, vooral gezien de hoge werkdruk aan de universiteiten: ‘De regering heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het wetenschappelijk onderwijs in Nederland van topniveau kan blijven en ook beantwoordt aan de maatschappelijke vraag. Dit kan alleen door fors te investeren’.

UT-collegevoorzitter Victor van der Chijs heeft een soortgelijke boodschap. ‘De vraag naar technisch opgeleide afgestudeerden neemt nog steeds toe. Met de groei van het aantal studenten kunnen we nog steeds niet in die behoefte voorzien’, aldus Van der Chijs. ‘Hoewel de UT vrijwel geen numerus fixus kent (alleen de bachelor technische geneeskunde, red.), neemt de druk op technische opleidingen sterk toe. Wij willen vasthouden aan kleinschalig, kwalitatief hoogwaardig onderwijs.’

Oplossingen ziet Van der Chijs niet in meer numerusfixusopleidingen, maar in initiatieven als de bacheloropleiding werktuigbouwkunde in Amsterdam samen met de VU en meer geld vanuit de overheid. ‘Extra investeringen van de Rijksoverheid in hoogwaardig technologisch onderwijs en onderzoek zijn onvermijdelijk geworden. Met de thans beschikbare financiële middelen kan de UT onvoldoende aan zijn maatschappelijke opdracht voldoen’, aldus de collegevoorzitter.

Internationals

De groei is overigens voor een belangrijk deel toe te schrijven aan studenten uit het buitenland. Vorig jaar lag het totale aandeel internationale diplomastudenten nog op 17,5 procent en nu op 19 procent.

In de bacheloropleidingen steeg het aantal nieuwe internationale studenten met 22,6 procent, tegen een groei van 22,1 procent vorig collegejaar. Op de UT is de internationale instroom dit jaar 35 procent.

De bachelorinstroom steeg dit collegejaar over de hele linie, dus inclusief schakelaars en internationals, met 8 procent en de masterinstroom met naar schatting 3 procent. In februari worden de definitieve studentenaantallen bekendgemaakt.