De persvrijheid op de UT

| Maaike Platvoet

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) kwam vorige week met een rapport waarin de onafhankelijkheid van universiteits- en hogeschoolbladen onder de loep werd genomen. Hoe is dat eigenlijk geregeld tussen U-Today en de UT?

Photo by: Arjan Reef

U-Today kent een redactiestatuut en een redactieraad. Die redactieraad bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden. De raad vormt een afspiegeling van de UT-gemeenschap. De afvaardiging bestaat uit twee personeelsleden vanuit de wetenschappelijke staf, een obp’er en een student. Ook is er één lid van buiten de UT. Zowel het college van bestuur als de universiteitsraad mogen een nieuw lid aandragen. De redactieraad komt gemiddeld vier keer per jaar bijeen voor overleg over het gekozen redactiebeleid. Belangrijke functie is om de hoofdredacteur van gevraagd en ongevraagd advies te voorzien. Ook kan de raad een bemiddelende rol spelen bij conflicten.

Redactiestatuut

Dan is er een redactiestatuut, in 2013 volledig geactualiseerd en formeel goedgekeurd door het college van bestuur. In het statuut staat onder andere vermeld wat de doelstellingen zijn van U-Today, zoals: ‘U-Today biedt een brede keuze van nieuws en achtergrondinformatie over en voor iedereen die deel uitmaakt van de academische wereld van de UT.’ Maar ook: ‘U-Today is een medium dat onafhankelijk is van welke belangengroep dan ook.’

Verder valt onze redactie onder de dienst Algemene Zaken. De officiële leidinggevende van de hoofdredacteur is de secretaris van de UT, waarmee zij regelmatig werkoverleg voert. Tijdens dat overleg wordt de inhoud van artikelen niet besproken.

Waakzaam zijn

Best goed geregeld dus tussen U-Today en de UT, die onafhankelijkheid. En dat koesteren wij. Maar, waakzaam zijn we ook. Bijvoorbeeld als er in de toekomst nieuwe collegeleden komen, die toch weer net iets anders aankijken tegen onafhankelijkheid van pers binnen een universitaire instelling. Waakzaam zijn we ook als er druk op ons wordt uitgeoefend om artikelen aan te passen of te verwijderen, of als er mensen zijn die stellen ‘dat we toch ook door de UT betaald worden?’ Of, ‘dat we niet van die zure stukjes moeten schrijven, want wij willen toch ook alleen het beste voor de UT?’

We vinden het daarom belangrijk om uit te leggen waarom en hoe wij ons werk doen. Persvrijheid zorgt voor openheid. En die openheid – transparantie – is van levensbelang voor een democratische instelling als die van de UT. Juist een academische instelling moet vrijheid van denken nastreven. Dat kan alleen als iedereen over objectieve informatie kan beschikken. En dat is dus precies ons werk.

Medezeggenschap

Heel vaak kunnen we goed ons werk doen. Maar, als het gaat om medezeggenschap, is er een ontwikkeling gaande die ons zorgen baart. De universiteitsraad en faculteitsraden zijn voor ons belangrijke nieuwsbronnen en informeren ons wat er speelt. We krijgen echter regelmatig te maken met vergaderingen die het etiket ‘vertrouwelijk’ hebben of waarvan de stukken niet openbaar worden gemaakt. Bij persoonsgevoelige kwesties, zoals een benoeming, is dat begrijpelijk. Wij ondervinden steeds vaker dat de raden ook discussieonderwerpen als vertrouwelijk aanmerken. Ze willen eerst beslissen en dan pas delen. Een slechte ontwikkeling die een van onze belangrijkste taken, het controleren van openbaar bestuur, in de weg staat.

Daarom is het goed dat ISO dit rapport opstelde en daarmee het belang van vrije pers onder de aandacht brengt.