3,4 miljoen euro meer uit collegegelden

| Rik Visschedijk

De faculteiten kunnen door meer inkomsten uit de collegegelden een flink onderwijsbedrag extra begroten voor 2019. In totaal gaat het om 3,4 miljoen euro. Dat blijkt uit de beleidsnotitie Spring Memorandum. Het leeuwendeel zit ‘m in de toename van niet-EER-studenten, die het instellingstarief betalen.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

De verwachte instroom van studenten buiten de Europese Economische Ruimte (de EU-landen plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland) laat volgens de cijfers van de afdeling Marketing & Communicatie een flinke stijging zien: 22 procent groei bij de masters, 36 procent bij de bachelors.

Zij betalen, al dan niet met een beurs, het instellingstarief. Dat is - afhankelijk van het profiel van de opleiding - ongeveer acht à negen mille voor een bachelor, en tussen de 11.500 en 14.500 voor een master. Die bedragen worden in collegejaar 2019/20 gemiddeld nog met duizend euro verhoogd, zo werd onlangs vastgesteld in de Uraad.

Direct doorsluizen

Dat extra bedrag komt goed uit, want de faculteiten hebben door hogere instroom ook meer kosten, zegt collegevicevoorzitter Mirjam Bult. ‘Daarom hebben we vorig jaar besloten om het bedrag dat we zien aankomen in de collegegelden, niet centraal vast te houden. We sluizen het direct door naar de faculteiten. Ze kunnen het budget gebruiken om personeel aan te stellen. In 2017 deden we dat voor de begroting 2018. Dat heeft gewerkt: de faculteit ET ving de groei op door extra docenten aan te stellen.’

Kostendekkend

Het instellingstarief is flink hoger dan het wettelijk collegegeld, dat voor komend jaar is vastgesteld op 2060 euro. Door de toename van niet-EER-inschrijvingen, komt er meer geld binnen dan begroot, beaamt Bult. Maar ze benadrukt dat deze studenten geen extra inkomstenbron zijn voor de UT. ‘We krijgen geen rijksbijdrage voor de niet-EER-studenten, zoals het geval is bij de Europese studenten. Het instellingstarief dekt de werkelijke kosten van de opleiding, zoals de docenten en de laboratoriumfaciliteiten. Daarom krijgen de faculteiten de extra inkomsten uit de collegegelden meteen.’