Rechtszaak verengelsing: ‘We handelen binnen de wet’

| Rik Visschedijk

Zit er een grens aan de verengelsing van de UT of moet de rem erop? Die vraag stond vandaag centraal in de rechtszaak in Utrecht, aangespannen door de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Het werd een juridisch steekspel, waarbij de advocaten van de UT vooral inzetten op de onbevoegdheid van deze rechter om zich te buigen over de zaak.

BON daagde de UT, de Universiteit Maastricht en de onderwijsinspectie voor de rechter. ‘Zoals wij het zien is deze voorzieningenrechter niet bevoegd’, zei advocaat Thom Beukers van de UT. ‘De UT is gevestigd in Enschede, de vordering zou daar aangebracht moeten worden. Ook als we de zaak in samenhang bekijken, dan is er nog geen verband. De onderwijsinspectie zit in Den Haag, de andere gedaagde universiteit in Maastricht.’

Tegenhouden verengelsing

Waar BON voor opkomt is helder, ook uit eerdere mediaoptredens: internationalisering staat niet gelijk aan verengelsing, buitenlandse studenten worden ‘geronseld’ vanwege de financiën en het verdwijnen van het Nederlands is desastreus voor de onderwijskwaliteit.

De voorman van BON, filosoof Ad Verbrugge, omschreef het zo: ‘We zijn voor internationalisering, maar tegen totale verengelsing. En die gaat in versneld tempo door. Daarom eisen we handhaving van de wet. We moeten pas op de plaats maken en tijd nemen om te onderzoeken hoe we verder moeten. Om deze illegale praktijken te beëindigen, hebben we onze hoop op u gevestigd. Meer vragen we niet.’

De Universiteit Maastricht verweerde zich voor een deel inhoudelijk. ‘De kwaliteit is leidend bij het aanbieden van Engelstalige opleidingen’, zei de advocaat. ‘Die moet gelijk zijn aan onze Nederlandstalige opleidingen. En onze docenten hebben het C1-niveau, het één na hoogst haalbare.’ De keuze voor een Engelse opleiding is een zorgvuldige, zei hij. ‘De onderwijskwaliteit wordt getoetst door de NVAO, verantwoordelijk voor de accreditatie.’

Niet bevoegd en niet-ontvankelijk

De advocaten van de UT kozen voor een andere strategie. Zij vonden deze rechtbank niet bevoegd, maar ook de vereniging BON ‘onontvankelijk’, omdat ze bijvoorbeeld geen concrete achterban hebben die noodzakelijk is voor deze rechtbank. En ook omdat de statuten van de vereniging niets over de Nederlandse taal zeggen. Daarmee heeft BON volgens de redenering van de advocaat geen grond om bij deze rechter een voorziening aan te vragen.

Inhoudelijk stelden de UT-advocaten dat verengelsing volstrekt logisch is en niet in strijd met de wet. ‘We hebben een gedragscode voertalen, een internationaliseringsvisie en de organisatievisie UT2020’, zei de tweede UT-advocaat, Nicole Niessen. ‘Daarin staat dat we een inspirerende en internationale universiteit willen zijn. Per opleiding is facultair bepaald of er noodzaak is om in het Engels over te gaan. Deze werkwijze strookt met de opvatting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU). Verengelsing is maatwerk en dat bieden we.’

Mes op de keel

De onderwijsinspectie hoefde zich maar één ronde te verdedigen. Onderwijsminister van Engelshoven kondigde onlangs aan dat ze verschillende onderzoeken laat uitvoeren. Met één is de onderwijsinspectie al begonnen. Die levert ze nog in 2018 op. Dat ‘nieuwe gegeven’, was voor BON reden om de onderwijsinspectie uit claim te halen. De universiteiten kregen die mogelijkheid ook aangeboden als ze zouden toezeggen voorlopig niet verder te gaan met de verengelsing van opleidingen, maar ook van het beleid en bestuur. Zowel de UT als Maastricht voelden daar niets voor. ‘We staan open voor een discussie met BON. Maar dit is praten met het mes op de keel.’

Na afloop van de zitting zei advocaat Nicole Niessen over de verdediging van de UT: ‘We hebben inderdaad ingezet op het formele verweer. Dat moet ook. Als BON het zo wil spelen, dan moeten ze zich aan de spelregels houden. Daarnaast wijzen we iedere suggestie af dat wij buiten de wet zouden handelen.’

De rechter verwacht 6 juli een uitspraak te doen.