Tweede UT-master fors goedkoper

| Rik Visschedijk

Studenten die na het behalen van een master een tweede UT-opleiding willen volgen, zijn straks flink goedkoper uit. Zij hoeven niet meer het hoge instellingstarief te betalen, maar het wettelijk tarief van 2060 euro.

Photo by: Rikkert Harink

Dit is een aangepaste versie van een artikel met kop: Instellingstarief met duizend euro omhoog.


Studenten betalen doorgaans het wettelijk tarief, dat voor komend collegejaar 2060 euro is. Iemand die een tweede UT-studie wilde volgen na het behalen van een master, kwam hier – tot nu toe - niet meer voor in aanmerking. Die moest het instellingstarief betalen. De UT verandert dit na een advies van de Uraad vorige week. EU-studenten betalen ‘slechts’ het wettelijk tarief.

Dat scheelt nogal, want het instellingstarief op de UT is komend collegejaar negen mille voor een bètabachelor en 7.900 euro voor een alfa/gammabachelor. Voor een master met bètaprofiel betaalt de student 14.250 euro, voor een alfa/gammaprofiel 11.500 euro. Deze bedragen gelden voor studenten van buiten de EU, die niet in aanmerking komen voor het wettelijk collegegeld. Zij studeren doorgaans met een beurs op de UT.  

Duizend euro

De discussie over bedrag dat studenten betalen voor een tweede studie, werd aangezwengeld door het CvB-voornemen om het instellingstarief voor collegejaar 2019/2020 gemiddeld met duizend euro te verhogen. Dat voornemen blijft staan, zij het met uitzondering voor Europese studenten. Als redenen voor het verhogen noemt het college in een nota de kleinschaligheid van het Twents onderwijs, de goede scores in de Nationale Studenten Enquête en het predictaat Beste Technische Universiteit. Met de verhoging komt de UT ‘beter in lijn’ met de markt. Want, de kosten voor de UT zijn relatief hoog door het kleinschalig onderwijs en de kapitaalintensieve infrastructuur.