Levende cellen ‘in-air’ printen

| Rense Kuipers

UT-onderzoekers kunnen met behulp van ‘in-air microfluidics’ structuren met daarin levende cellen printen. De technologie biedt mogelijkheden om bijvoorbeeld beschadigd weefsel te repareren. Ze presenteerden hun vindingen in het tijdschrift Science Advances.

Hogesnelheidsfoto van het ‘in-air microfluidics’-principe, waarbij een druppeltrein (magenta) opgaat in een intacte vloeistof jet (groen) die vervolgens weer opbreekt tot een gecombineerde druppeltrein.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Tom Kamperman uit de groep Developmental BioEngineering van professor Marcel Karperien, en Claas-Willem Visser uit de groep Physics of Fluids van professor Detlef Lohse. Kamperman promoveerde vorige week op het onderwerp, Visser doet momenteel vervolgonderzoek aan Harvard University dankzij een Rubicon-subsidie van NWO en keert in mei terug als assistent-professor aan de UT.

Volgens de onderzoekers is het met in-air microfluidics mogelijk om met dezelfde precisie als microfluïdische chips de productie van kleine druppeltjes en deeltjes tot duizend keer sneller te maken. Zo is het met deze technologie ook mogelijk om een levende cel te vangen in printbaar materiaal.

In de lucht

Postdoc Tom Kamperman lichtte eerder al toe: ‘Dat kan omdat het productieproces volledig in de lucht plaats vindt, met als bijkomend voordeel dat je geen ingewikkelde chips hoeft te produceren’, vertelt Kamperman. ‘Daardoor biedt deze technologie tal van mogelijkheden voor onder andere farmaceutische, voedsel-, chemische en cosmetische industrieën.’

Spin-off

Kamperman en collega-wetenschapper Claas-Willem Visser valoriseren hun onderzoek in de spin-off IamFluidics. Dat legt ze tot nog toe geen windeieren. Vorige maand kregen ze een take-off grant ter waarde van 250 duizend euro van onderzoeksfinancier NWO, om hun innovatie ‘commercieel levensvatbaar’ te maken. Ook MIT doet een duit in het zakje, met een innovation grant van 25 duizend euro.