Lichte daling vrouwelijke UT-profs

| Rik Visschedijk

Eind 2016 waren er minder vrouwelijke hoogleraren op de UT dan het jaar ervoor. Met een afname van 0,3 procent naar 12,6 procent is dat weliswaar een bescheiden daling, maar die trend staat haaks op het UT-doel om in 2020 te groeien naar 20 procent.

De cijfers komen uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2017, onlangs uitgebracht door het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. De UT is ingehaald door Wageningen en Delft en staat op de twaalfde plaats van de veertien universiteiten. Ook het aantal vrouwelijke promovendi neemt licht af: zes minder dan het jaar ervoor.

Geld nodig

Marieke Huisman, voorzitter van het Ambassadeursnetwerk op de UT, is duidelijk over de benodigde maatregelen. ‘Er moet geld bij om vrouwelijke hoogleraren aan te trekken’, zegt ze. ‘Goede wetenschappers zijn er zeker. Als we middelen vrijmaken dan kunnen we die vrouwelijke hoogleraren de komende twee jaar aantrekken.’

De Monitor Vrouwelijke Hoogleraren is afgelopen maandag besproken in een klankbordgroep, vertelt Huisman. ‘De centrale vraag was: wat gaan we doen om 20 procent te halen in 2020? Onze eigen percentages vanuit HR zijn iets beter, omdat wij koppen tellen en de monitor naar fte’s kijkt. Maar dan nog blijven we over twee jaar steken op 17 procent vrouwelijke hoogleraren. Daarom komt er een advies aan het college van bestuur en decanen: meer geld erbij om het doel te halen.’

Lange termijn

Meer geld om de UT-doelstelling te halen is de korte termijn, benadrukt Huisman. ‘Daarnaast moeten we kritisch kijken naar onze rekrutering en bijvoorbeeld de impliciete genderbias doorbreken. Vrouwen horen dezelfde kansen te krijgen bij benoemingen als mannen. Transparantie in de werving is daarvoor noodzakelijk.’