‘We willen een UT-brede regeling’

| Anouk de Jong

Het overleg studieverenigingen (OS) en UReka hielden gistermiddag in Cubicus een themalunch over de 15-0 studiepuntenregeling van TOM. De verdeling van de punten is een groot discussiepunt. Dat bleek ook uit de hoge opkomst.

Studenten kunnen voor een hele module 15 studiepunten behalen of niets. Veel studenten zijn het niet eens met deze regeling. De themalunch was bedoeld om meningen te ventileren. Besturen van studieverenigingen en leden van opleidingscommissies van alle studies waren uitgenodigd.

Wouter Rietveld van UReka opende de sessie: ‘Veel opleidingen hebben in hun examenreglement regels toegevoegd om deelcijfers van toetsen een jaar te laten staan. Wij willen een algemene, UT-brede regeling. Daarbij willen we het liefst volledige integratie van projecten in modules behouden, maar wel studiepunten per vak toekennen.’

Studiesnelheid

Na de opening, ging het eerste punt van discussie over de studiesnelheid. Maaike van de Ven, secretaris van W.S.G. Abacus, zei hierover dat studenten door de 15/0 ECTS-regeling meer gemotiveerd zijn om te studeren zodat zij alle studiepunten halen. Kira Oberschmidt van het overleg Studieverenigingen wierp tegen dat sommige studenten door de huidige regelgeving juist langer moeten studeren, omdat zij in plaats van één vak een hele module moeten herkansen.

Modules

Steven Wolff, voorzitter van S.v. Stress, voegde hieraan toe dat het nu ook mogelijk is om een module te halen, terwijl je een individueel vak niet haalt: ‘Hierdoor kun je wel 15 studiepunten krijgen, maar mis je de kennis van dat ene, niet gehaalde vak. Dit kan later weer voor problemen zorgen als je die kennis nog een keer nodig hebt.’ Van de Ven sloot zich hierbij aan: ‘In sommige modules worden bepaalde toetsen en opdrachten bewust als bonus gebruikt omdat er anders te veel studenten zijn die een bepaald vak niet halen.’

Toelatingseisen

De volgende vraag die ter tafel kwam: ‘Moet het mogelijk zijn voor opleidingen om toelatingseisen te stellen aan studenten voor specifieke vakken of projecten?’ Hierover zei Rianne Hagen, commissaris onderwijs van S.G. Daedalus: ‘Als je een project zou kunnen volgen zonder de bijbehorende vakken kun je meeliften met je groepsgenoten, maar mis je kennis. Om dit op te lossen zou per module bekeken moeten worden welke vakken bij elkaar horen.’

Projecten

Van de Ven vulde aan dat opleidingen als eis zouden moeten stellen dat studenten alleen aan een project mogen werken als zij bepaalde vakken volgen of al hebben afgerond. Ivan Remijn gaf daarop aan dat zij hier met UReka het liefst een aantal centrale regels over willen maken: ‘Op basis daarvan kunnen opleidingen zelf invulling geven aan de specifieke eisen die zij voor hun programma stellen’.

Rietveld sloot af door te zeggen dat studenten veel invloed kunnen oefenen, met behulp van de URaad, maar ook op eigen initiatief.