Ruime voldoende voor promotietraject

| Rik Visschedijk

UT-promovendi geven gemiddeld een 7,4 voor hun promotietraject, zo blijkt uit een PhD-onderzoek. Vijftig procent van de promovendi vulden de vragenlijst afgelopen najaar in. ‘Een goed resultaat, zeker omdat we ruimte zien voor verbetering', zegt Paul van Dijk, directeur van de Twente Graduate School.

De UT wil het promotietraject verder professionaliseren door meer aandacht te geven aan persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke verantwoordelijkheid en academische vorming. ‘Daarbij willen we graag weten hoe de promovendus het traject ervaart en waar pijnpunten liggen’, zegt Van Dijk. 'Daarom dit onderzoek, dat we om het jaar herhalen. De ambitie is om over twee jaar gemiddeld een acht te scoren.’

Commentaar

De resultaten vallen Van Dijk niet tegen. ‘We krijgen wel eens commentaar; en vaak ook terecht. Bijvoorbeeld over het cursusaanbod en dat cursussen snel vol zitten. Of over het registratie- en promotievolgsysteem die niet erg gebruiksvriendelijk zijn. Dat wisten we al en daar zijn we mee bezig. Er komen meer instroommomenten voor populaire cursussen en we zullen de systemen verbeteren. Daarnaast zijn we met het Centre of Expertise in Learning and Teaching (CELT) bezig om een introductiecursus op te zetten voor promovendi die gaan lesgeven.'

Grip

De UT riep in 2014 een promovendistatuut (PhD Charter) en een promovendivolgsysteem in het leven om meer grip te krijgen op de het traject. Promovendi stellen in het begin van hun aanstelling met de begeleider een plan van aanpak op en ze moeten 30 EC halen voor cursussen op hun vakgebied. ‘Dat past bij de UT’, zegt Van Dijk. ‘We willen niet alleen proefschriften afleveren, maar vooral getrainde mensen met een brede ontwikkeling. De vaardigheden die zij opdoen, zijn in de latere carrière goed bruikbaar. Dat willen we bereiken met zo weinig mogelijk uitval of vertraging in hun promotieperiode.'