‘Student-minded oplossing gevonden voor Flexwet’

| Rense Kuipers

Als student werkzaam voor de UT? Dan was je na 1 juli mogelijk slachtoffer geworden van de nieuwe flexbepalingen in de cao Nederlandse Universiteiten. De HR-afdeling en de Student Union zijn echter tot een ‘student-minded’ oplossing gekomen, in de vorm van de student als ‘oproepkracht in vaste dienst’.

De flexbepalingen uit de Wet Werk en Zekerheid gaan op 1 juli ook gelden voor de universiteiten. Dat betekent dat een tijdelijk contract van een oproepkracht maximaal twee jaar mag duren en dat de UT een oproepkracht binnen die twee jaar maximaal drie tijdelijke contracten mag aanbieden. Daarna moet je als werknemer óf een vast contract aangeboden krijgen óf moet je er een half jaar uit, voordat je kunt beginnen aan een nieuwe reeks contracten.

Activisme

Die situatie zou absoluut niet passen voor de ruim 1500 student-oproepkrachten op de UT, zegt SU-voorzitter Anne Buningh. ‘Het is een belangrijke vorm van activisme, op je cv een relevante werkervaring én het is een belangrijke toevoeging voor de universiteit zelf.’

Daarmee doelt Buningh op studenten die bijvoorbeeld werkzaam zijn voor Twente Academy, het facilitair bedrijf, voor marketing & communicatie bij de open dagen of bij haar eigen Student Union.

Vaste dienst

Het voorstel dat HR en de SU nu hebben gedaan – dat is goedgekeurd door het college van bestuur – is dat je als student-oproepkracht na een contract van twee jaar of na twee verlengingen van je contract binnen twee jaar, in vaste dienst komt voor de duur van je studie. De nieuwe flexbepalingen gelden niet voor student-assistenten.

‘Beperking voorkomen’

Voordat je in ‘vast dienstverband’ treedt als student-oproepkracht, moet je wel een intentieverklaring tot ontslag ondertekenen, voor als je klaar bent met je studie. ‘Ook om slapende contracten te voorkomen en onze eigen administratie op orde te kunnen houden’, zegt HR-directeur Joost Sluijs.

‘We wilden koste wat kost de beperking om bij te verdienen aan de UT voorkomen’, vervolgt Sluijs. ‘Het eerste uitgangspunt was om studenten maximaal te kunnen faciliteren. We hopen hiermee dan ook een student-minded oplossing te hebben gevonden.’