Kennis van hersenen in het onderwijs

| Rik Visschedijk

In het onderwijs moet veel meer rekening gehouden worden met neurocognitieve aspecten van leerprocessen. Dat is het doel van de onderzoeksagenda hersenen, cognitie en onderwijs. UT-hoogleraar Instructietechnologie Ton de Jong schreef mee aan de agenda.

De agenda is geschreven vanuit van het National Initiatief Hersenen en Cognitie (NWO) en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). De Jong: ‘Het levert een vernieuwende bijdrage aan het onderwijs in Nederland, gebaseerd op internationale ontwikkelingen. Dit is een opkomend onderzoeksveld, waar we in de nabije toekomst veel van verwachten.’

Vier gebieden

De agenda spitst zich toe op vier gebieden van onderzoek: leerprocessen, onderwijscontexten, sociale interactie en levenslang leren. ‘Bijzonder is dat neurowetenschappers en onderwijskundigen samenwerken aan het verbeteren van onderwijs. Wat werkt optimaal voor een leerling en onder welke condities, wat is de meerwaarde van sociale interactie en hoe maken we onderwijs toegankelijk voor ieder kind? We weten tegenwoordig veel meer van het brein, kunnen cognitieve processen meten en kunnen deze bevindingen gebruiken om onderwijs vorm te geven.’

Bach

De Jong noemt het voorbeeld van een computerprogramma waarmee pianostukken van Bach geoefend worden. ‘Die meet de cognitieve belasting in het brein, waarop het programma al dan niet een niveau verder gaat. Dit soort toepassingen kunnen we ook in het onderwijs van de eenentwintigste eeuw inzetten.’

De onderzoeksagenda wordt vrijdag gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de European Association for Research on Learning and Instruction in Amsterdam.