Faculteit TNW clustert 35 leerstoelen in 13 domeinen

| Paul de Kuyper

Technische Natuurwetenschappen (TNW) clustert de huidige 35 leerstoelen in 12 of 13 domeinen. Daarmee moet het voor de faculteit makkelijker worden om de buitenwereld te laten zien wat de sterke onderzoeksthema’s zijn.

Photo by: Rikkert Harink

TNW is nu ‘gefragmenteerd’ georganiseerd met 35 leerstoelen, vindt decaan Hans Hilgenkamp. Daarom heeft hij afgelopen maanden met de leerstoelen gekeken hoe die samen grotere clusters kunnen vormen, waarschijnlijk 12 of 13 in totaal. Voor de zomer wil hij daarmee klaar zijn.

‘We hebben bijvoorbeeld een aantal optica-groepen. Daaraan zijn meer dan 50 mensen verbonden. Die groepen passen heel goed samen onder één naam. Door ze gezamenlijk te organiseren kunnen ze veel krachtiger optreden’, licht Hilgenkamp toe. ‘Aan de buitenwereld kunnen we met de clusters laten zien op welke thema’s we sterk zijn.’

Houtskoolschets

Welke namen de nieuwe domeinen krijgen, staat nog niet vast. Naast optica noemt Hilgenkamp nieuwe materialen, medische beeldvorming en vloeistoffysica als voorbeelden van clusters van leerstoelen. ‘Er ligt nu een houtskoolschets met 12 à 13 clusters’, aldus de decaan.

Het dertiende cluster wordt waarschijnlijk een combinatie van wetenschappers uit uiteenlopende leerstoelen die zich allemaal bezighouden met computational science, onderzoek met algoritmen en computersimulaties. Hilgenkamp: ‘Deze mensen zitten ook in een inhoudelijk cluster, maar kunnen samen laten zien dat we een bijzondere sterkte hebben op het gebied van simulaties.’

Geen bezuiniging

De clustering van leerstoelen is niet bedoeld als bezuinigingsmaatregel. Integendeel, de faculteit is juist gebaat bij groei, zegt de decaan. ‘Ik denk dat we door de vorming van clusters efficiënter kunnen werken. Dat is niet bedoeld om geld te besparen, maar om geld te steken in onze groeidoelstelling.’

Behalve zichtbaarheid voor de buitenwereld, zorgt clustering er intern voor dat makkelijker strategische keuzes kunnen worden gemaakt, verwacht de decaan. Als er een nieuwe onderzoekspositie komt, zal op clusterniveau gekeken worden waar die het beste kan worden ondergebracht.

Ook biedt clustering mogelijkheden voor het delen van huisvesting (aio’s van verschillende leerstoelen op één kamer) en ondersteuning. Hilgenkamp: ‘Een leergroep heeft een technicus misschien maar voor 0,3 fte nodig. Maar waar vind je zo’n technicus? Het is mooi als je met een heel cluster iemand fulltime kunt aannemen.’

Principal investigators

Welke organisatievorm de clusters krijgen is volgens de decaan aan de leerstoelen zelf. Zij mogen kiezen of ze financieel zelfstandige eenheden willen blijven of ook op dat vlak samengaan. De organisatie kan daardoor per cluster verschillen.

Elk cluster telt straks 5 à 10 principal investigators (PI’s): hoogleraren, UHD’s (universitair hoofddocent) en tenure trackers die bepalend zijn voor de onderzoekslijnen binnen het cluster. Met deze PI’s bespreekt Hilgenkamp komende weken hoe de nieuwe clusters georganiseerd worden en welke strategische vraagstukken opgelost moeten worden.