Streefcijfers vrouwelijke hoogleraren: hoger inzetten?

| HOP, Bas Belleman

Het gaat niet hard met het aantal vrouwelijke hoogleraren aan Nederlandse universiteiten. Moeten de universiteiten hoger inzetten, zoals vakbond VAWO vindt?

Ze doen van alles om meer vrouwen naar de top van de wetenschap te helpen, bezweren universiteiten in een recente brief aan minister Bussemaker. Ze noemen het zelfs een ‘misstand’ dat er zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn.

Best practices

De universiteiten beloven alleen al de cijfers beter te bekijken: ze willen weten ‘wanneer vrouwelijke wetenschappers de universiteiten verlaten en hoe universiteiten het verlies van vrouwelijk talent kunnen beperken’. Ze gaan ook leren van elkaars goede voorbeelden, of zoals dat heet: best practices uitwisselen.

Maar hoe snel moet het gaan? De ene universiteit lijkt ambitieuzer dan de andere. In hun brief noemen ze streefcijfers voor het jaar 2020 en VAWO, vakbond voor de wetenschap, zette die naast de huidige percentages.

Zo wil de TU Eindhoven van nog geen negen procent in 2014 naar twintig procent vrouwelijke hoogleraren in 20­20. Dat is meer dan een verdubbeling. De UT wil van zo'n dertien procent ook naar twintig. De Radboud Universiteit Nijmegen bijvoorbeeld voorziet slechts een klein stapje omhoog van 23 naar 25 procent. Wat is nu beter?

'Reëel blijven'

‘Je moet reëel blijven’, zegt woordvoerder Martijn Gerritsen van de Radboud Universiteit. ‘We kijken hoe de situatie nu is en hoeveel hoogleraren met emeritaat gaan. We kunnen wel zeggen dat we naar dertig procent streven, maar dan hebben we achteraf een probleem.’

Het is juist goed om net iets hoger te mikken dan haalbaar, werpt de VAWO tegen. ‘Als je zegt dat je vier kilometer gaat lopen, dan worden het er geen vijf’, aldus een woordvoerder. Een streven van nog geen 25 procent blijft volgens haar ver achter bij de dertig procent die de Europese Unie hanteert en die vereist zou zijn voor een cultuuromslag.

Stok achter de deur

Maar het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren is allang blij dat de universiteiten streefcijfers geven. ‘Het betekent dat erover nagedacht wordt. Je kunt natuurlijk pochen met hoge streefcijfers en dan over vijf jaar zeggen: jammer, het is niet gelukt. Maar wij zien dat er heel goed wordt nagedacht over de vraag wat haalbaar is. De streefcijfers zorgen ervoor dat het onderwerp steeds weer ter sprake komt en ze zijn een stok achter de deur bij sollicitatieprocedures. Dat is allemaal heel positief.’