'Mix van disciplines maakt Biorobotics populair'

| Rubina Oliana

Biorobotics is met 150 studenten de populairste minor van dit jaar. Wat maakt deze minor zo succesvol? Een mix van disciplines en uitgebreide begeleiding van tutoren, zeggen coördinatoren Arno Stienen en Dannis Brouwer.

Photo by: Jellien Tigelaar

In het Designlab werken studenten van de minor Biorobotics deze hele week aan robots die ondersteuning moeten bieden aan jonge mannen met de ziekte van Duchenne (een erfelijke spierziekte). Eén groepje is bijvoorbeeld bezig met schaakspel dat bediend kan worden met minuscule armbewegingen, een andere groep maakt een robot die helpt bij het pakken en neerzetten van een beker.

Biorobotics is populair. Met 150 inschrijven trok deze ‘High Tech Human Touch’- minor dit jaar de meeste studenten, maar ook in voorgaande jaren was de animo hoog. Waar hebben ze dit succes aan te danken?

Veel tutoren

Coördinatoren Arno Stienen en Dannis Brouwer, onderzoekers van de faculteit CTW, hebben wel een idee. ‘We hebben veel tutoren en specialisten rondlopen die de studenten assisteren en tips geven. Die persoonlijke interactie en assistentie worden heel erg gewaardeerd door studenten’, zegt Stienen.

Brouwer vult aan: 'Dit jaar hebben we ook veel studenten aangetrokken op de minor-markt. Daar hadden weeen bewegende robot staan. Die trok de aandacht. Zelfs studenten die in de eerste instantie dachten dat Biorobotics niks voor hen was kwamen een kijkje nemen en raakten geïnteresseerd.'

'Daarnaast is Biorobotics een mix van verschillende onderwerpen’, zegt Stienen. ‘Werktuigbouwkunde, informatica, biomedische technologie en electrical engineering komen in deze minor samen. Vaak vinden de studenten de combinatie van deze onderwerpen aantrekkelijk.'

Monodisciplinair

In tegenstelling tot veel andere minoren werken ze bij Biorobotics met opzet niet met multidisciplinaire projectgroepen. Projectgroepen zijn zo ingedeeld dat alle groepsgenoten van dezelfde studie komen. Toch zorgen deze monodisciplinaire projectgroepen volgens Stienen en Brouwer juist voor een multidisciplinaire leerervaring.

Brouwer: 'Biorobotics bestaat uit veel verschillende onderwerpen. Het is makkelijk om in een multidisciplinair groepje de informaticastudent te laten programmeren en de werktuigbouwkundige te laten bouwen. Maar die leren dan niets nieuws.’

‘We willen juist dat iedereen van alle verschillende onderwerpen iets leert’, vervolgt hij. ‘Werktuigbouwkundigen hebben het misschien makkelijker met het ontwerpen van de fysieke robot, maar zij moeten meer moeite stoppen in het programmeren. Op deze manier dwingen we de studenten ook buiten hun eigen discipline te stappen.'

Om te zorgen dat de verschillende disciplines wel met elkaar samenwerken, hebben Stienen en Brouwer 5 ‘werelden’ gecreëerd. Stienen: ‘In elke wereld zitten meerdere projectgroepjes van verschillende studies. De groepjes moeten elkaar feedback geven en informatie uitwisselen. Op die manier kan een werktuigbouwkundige bijvoorbeeld tips krijgen voor het programmeren van een robot.'


Vrijdag 30 oktober vinden in het Design Lab de gehele dag eindpresentaties en demo’s van de robots die de studenten uit de minor Biorobotics hebben gemaakt. De vijf beste robots maken kans op een prijs. De finaleronde is van 16:30 tot 17:30, gevolgd door een prijsuitreiking.