Sta jij financieel op eigen benen?

| Maaike Platvoet

Vrouwen staan minder vaak rood dan mannen. En ze halen betere beleggingsresultaten dan mannen. Toch is slechts 52% van de vrouwen financieel onafhankelijk. Over de kwestie Vrouw & Geld sprak vanmiddag freelance journalist Wilma van Hoeflaken voor het OBP-vrouwennetwerk.

‘Hoeveel moet je verdienen om financieel zelfstandig te zijn?’, vroeg Van Hoeflaken aan de zaal met OBP-vrouwen in De Drienerburght. Het antwoord wisten de meesten niet: als alleenstaande 645,76 euro en als alleenstaande ouder 904,06 euro. Opluchting ook in de zaal, want dat verdienen ze toch wel. Maar er is ook verbazing over het lage bedrag, hoe moet je daar van rondkomen?

Loonkloof

Hoe komt het dat vrouwen op financieel gebied vaak zo slecht voor zichzelf zorgen? Die vraag stond centraal. Het blijkt dat er al heel jong van alles mis gaat. ‘Uit cijfers van het Nibud blijkt dat meisjes minder zakgeld krijgen, minder kleedgeld en dat ze minder verdienen met een bijbaantje’, vertelt Van Hoeflaken. Later ontstaat een loonkloof. Die wordt onder andere veroorzaakt, omdat vrouwen vaak kiezen voor deeltijd werken, kinderen krijgen en daardoor ook minder ervaring opbouwen.

‘Daarnaast werken vrouwen vaak in sectoren die slechter betaald worden, zoals de zorg. Maar ook onderhandelen mannen vaker en beter als het gaat om salaris. Vrouwen onderhandelen niet omdat ze bang zijn om niet aardig gevonden te worden.’ Van Hoeflaken legde uit dat op zo’n manier het inkomensverschil alsmaar groter wordt. ‘En uiteindelijk bouwen vrouwen gemiddeld 40% minder pensioen op dan mannen.’

Onderhandel

Desondanks zijn vrouwen goed met geld. Ze kunnen goed met centen omgaan, staan minder vaak rood, kunnen beter beleggen en hebben een realistischer inschatting van kansen en inkomens. ‘Geld maakt niet gelukkig, maar het helpt wel’, zei Van Hoeflaken nog maar eens. ‘Wil je meer verdienen? Ga dan in een sector werken waar vooral mannen zijn. Verander vaak van baan, onderhandel over je salaris en werk meer dan 28 uur per week.’