Graven in de data van Twitter

| Maaike Platvoet

‘Wauw’, was de eerste reactie van onderzoeker Tijs van den Broek toen hij hoorde dat Twitter zijn onderzoeksvoorstel accepteerde. Dat voorstel, dat hij samen met UT-collega’s Michel Ehrenhard, Djoerd Hiemstra en Ariana Need schreef, verschaft hem namelijk toegang tot de gewilde data van één van de populairste social media ter wereld.

‘Het is niet zo dat nog nooit iemand toegang heeft gehad tot die data’, vertelt Van Den Broek, promovendus bij de vakgroep NIKOS en onderzoeker bij TNO. ‘Maar de licenties om toegang tot de data te krijgen zijn verschrikkelijk duur en onbetaalbaar voor onderzoekers van universiteiten. Daarom was het eerder niet geschikt voor de wetenschap. Het is dus heel uniek dat de UT nu als enige onderzoeksinstelling in Nederland, en samen met nog vijf andere instellingen wereldwijd, wel inzage krijgt in het archief van Twitter.’

Social responsibility

Van den Broek en Ehrenhard zagen op 6 februari een oproep van Twitter, dat zij haar data beschikbaar wilde stellen voor een handvol onderzoeksinstellingen die met een goed onderzoeksvoorstel zouden komen. Hierop kwamen meer dan 1300 voorstellen uit 60 landen binnen. ‘Dat wij groen licht kregen zal vast ook met ons onderzoeksonderwerp, de analyse van campagnes om het bewustzijn van kankerscreening te verhogen, te maken hebben. Zorg is in zijn algemeenheid een heel belangrijk thema. En ik denk dat Twitter het weer belangrijk vindt om data vrij te geven om een maatschappelijk probleem te onderzoeken. Een stukje corporate social responsibility.’

Het UT-onderzoek is gericht op het diffusieproces en de effectiviteit van de bewustwordingscampagnes op Twitter. Zij gaan historische data onderzoeken van vier populaire Twitter-campagnes: #mamming (borstkanker), #movember (prostaatkanker), #daveday (alvleesklierkanker) en #HPVReport (baarmoederhalskanker).

Hoofdkantoor

De komende weken zal Van den Broek samen met zijn onderzoeksteam het voorstel verder uitwerken tot een concreet plan en dit weer voorleggen aan Twitter. Via een ‘application programming interface’, een API, zal de UT dan uiteindelijk digitaal toegang moeten krijgen tot de database van Twitter. ‘Deze API is een soort vraagbaak, die een beetje werkt zoals je bij Google een keyword invoert. Maar we kunnen niet zomaar elke vraag stellen. Een te brede vraag zal teveel data opleveren. Hoe we dat precies zullen doen, gaan we ook nog bespreken op het hoofdkantoor van Twitter in San Francisco. Waarschijnlijk reizen we deze zomer naar Amerika.’