Waarin verschilt Sportkoepel UT van Sportraad?

| Cynthia Bergsma

De Sportraad heeft, na een tussenjaar waarin er geen belangenbehartiger was, een opvolger: de Sportkoepel UT. Waarin verschilt dit orgaan van zijn voorganger? 'Wij worden gezien als mensen die iets willen doen voor de sporters, en niet als mensen die iets moeten doen voor de sporters.'

Photo by: Arjan Reef

Na de opheffing van de Sportraad, vorig jaar oktober, heeft de UT een jaar lang geen overkoepelend orgaan voor sportverenigingen gehad. Sinds deze maand behartigen Rutger Maltha, Erwin Berghuis, Micha van Hees en Roel Hollander de belangen van de sportclubs. Ze vormen het dagelijks bestuur van de nieuwe Sportkoepel UT. In de wandelgangen wordt de koepel wel de opvolger van de Sportraad genoemd. Er zijn echter nogal wat verschillen, vertelt voorzitter Micha van Hees.

Wat is het verschil met de Sportraad?

'Vooral de manier waarop we werken verschilt. Bij de Sportkoepel hoef je bijvoorbeeld nergens lid van te zijn. We willen er voor alle verenigingen zijn, dus we zetten ons in voor iedereen die aan de UT verbonden is en wat met sport wil doen. Ook werken wij namens en met de verenigingen, niet top-down en ook niet namens de Student Union. Dat verschil lijkt niet heel essentieel, maar is het wel. Het geeft namelijk een ander beeld van het werk dat we proberen te verrichten. Bij de Sportraad heerste het beeld dat zij hun taken 'moesten' uitvoeren. Onze insteek is anders. Wij worden gezien als mensen die iets willen doen voor de sporters, en niet als mensen die iets moeten doen voor de sporters. We hebben al erg veel steun van de verenigingen gekregen.'

Hoe is het idee voor deze Sportkoepel ontstaan?

‘Veel mensen vonden het jammer dat de Sportraad geen nieuw bestuur kon vinden, en dat daardoor de belangenbehartiging voor de verenigingen deels zou wegvallen. Vanuit de zittende sportbesturen kwamen al snel initiatieven voor sectorgesprekken. Ook zijn er mensen, onder wie ikzelf, bezig geweest om de financiën van het sportcentrum in kaart te brengen. Toen werd snel duidelijk dat er behoefte is aan een overkoepelend orgaan. Al is het maar om te voorkomen dat meerdere mensen hetzelfde aan het uitzoeken zijn. Wat betreft de UT-financiën is het wiel al vaak genoeg opnieuw uitgevonden. We vonden het tijd voor efficiëntie en duidelijkheid: iedereen heeft recht op inzicht hoe de subsidies verdeeld worden.'

Wat gaan jullie precies doen?

‘De SU is verantwoordelijk voor het geld, maar het is voor hen niet mogelijk om met alle verenigingen in gesprek te gaan. Wij houden dat contact en wij gaan een verdeling maken van de subsidies die aan de verenigingen uitgekeerd worden. In september 2014 moet er een plan zijn voor de jaren daarna. De bedoeling is dat we dan 810.000 euro aan subsidies op een goede manier over de verenigingen kunnen verdelen. Dit houdt in dat er bezuinigd moet worden, want er wordt momenteel meer uitgekeerd dan dat bedrag. Uiteindelijk willen we een plan aandragen waar alle verenigingen achter staan. Voldoen we niet aan de bezuinigingseis, dan zal er waarschijnlijk met de botte bijl gehakt gaan worden in de subsidies. Daar zit niemand op te wachten. Alles wat een vereniging aan bezuinigingen tegenhoudt uit eigen belang, komt bij de buurman twee keer zo hard aan. We moeten samenwerken om de sporten te kunnen behouden. Ik vind dat tot nu toe alle verenigingsbesturen erg goed meewerken.'

Jullie zijn nu een stichting terwijl de Sportraad een vereniging was. Waarom?

'Wij willen niet voor de verenigingen bepalen. We verwachten een goede samenwerking met de Student Union en het sportcentrum en actieve betrokkenheid van de verenigingen zelf. Samen stellen we de richtlijnen voor de subsidieverdeling op. Het geld dat verdeeld moet worden, is geld dat bestemd is voor sport. Wij hebben daar als dagelijks bestuur vrij weinig over te zeggen. Wat wij doen is overzicht houden en de kar trekken. De verenigingen vormen het algemeen bestuur van de stichting en hebben erg veel invloed op wat er gebeurt.’