Wat doe je precies?
‘Ik ben werkzaam bij een katholieke boardingschool (internaat) waar ik verschillende werkzaamheden doe. Momenteel worden de slaapzalen vernieuwd en daarbij help ik met de bouw. Alles gaat hier met de hand, zelfs de bakstenen worden zelf gemaakt. Voor mij betekent dat veel sjouwen. Ik werk ook aan een nieuw muziekprogramma voor de kinderen. Dat ligt stil en er zijn zelfs geen muziekinstrumenten aanwezig. Om een bijdrage te leveren, wil ik voor deze instrumenten gaan zorgen. De kinderen hebben me gevraagd voor een wekelijkse disco op zaterdag. Ze willen allerlei dansjes leren. Over mijn dansmoves zijn ze heel enthousiast. Ze kunnen niet wachten op een nieuwe dansgelegenheid. Ik schijn volgens hen op een aparte manier te dansen, gelukkig vinden ze het wel heel leuk.Tussen alle activiteiten door leer ik de kinderen Engels door veel met ze te praten.
En ze helpen mij. Ik ben bezig de taal Kiswahili te leren. Gelukkig zijn ze allemaal heel nieuwsgierig naar mijn leven in Nederland dus er is genoeg te vertellen. Naast het werk op school ga ik binnenkort ook bij een logistiek bedrijf aan de slag voor twee dagen in de week. Op die manier kan ik kijken welk soort werk me het beste ligt. Dat helpt me hopelijk straks bij mijn verdere studiekeuzes. Ik zit hier voor mijn minor dus het is de bedoeling dat ik naast mijn bijdrage aan het internaat ook een cultuuronderzoek uitvoer. Hiervoor moet ik nog bij alle werknemers een vragenlijst gaan afnemen.’
Hoe ziet je leven eruit?
‘Het internaat staat op een eigen afgesloten terrein en het ziet er voor Tanzaniaanse begrippen goed uit. Er is heel veel groen en het ligt mooi op een heuvel. We zitten in het rijkere gedeelte van het land, dus de huizen zijn gelukkig wel van steen. Over mijn eigen huisvesting heb ik niets te klagen. Ik woon samen met twee pastoors. Een ervan is een kennis van mijn moeder. Met vader Gerard, zoals ik hem noem, kan ik daardoor Nederlands praten. Op een doordeweekse dag staat de pastoor om zes uur op om te beginnen aan de ochtenddienst. Ik kan een uurtje langer blijven liggen, waarna ik samen met de pastoors ontbijt. Vanaf half acht
begin ik met bakstenen sjouwen op het bouwterrein. ’s Middags krijgen we lunch, wat vaak bestaat uit kip of rijst. Daarna wordt er weer doorgewerkt tot aan het avondeten om acht uur. Dit wordt bereid door een eigen kok. De kinderen in de klas. Ik zie ze af en toe in de pauzes. De discipline van de kinderen ligt hier hoog, de ouderejaars studeren tot middernacht, terwijl ze al vanaf zeven uur begonnen zijn. Echt bizar om te zien!’
Wat was je eerste indruk van het land?
‘Het is bloedheet! Midden op de dag haal je de 39 graden en ’s avond koelt het slechts een paar graden af. Je went gelukkig wel aan de warmte, dus dat scheelt. Verder is het verkeer echt een chaos. Ze toeteren voor alles, een grote ellende dus. Het viel me ook op hoe aardig de mensen zijn. Jongeren zijn niet gewend aan een blanke. Ik word elke dag nagekeken, heel apart.’
Wat zijn verschillen met Nederland?
‘Het grootste verschil is de instelling. Iedereen probeert overal een slaatje uit te slaan. Je wordt gewoon van alle kanten bedonderd. Zodra ik als blanke iets vraag of wil kopen, gaat simpelweg de prijs omhoog. Dat gebeurde me laatst toen ik een motor wilde huren. Ik heb daarom bedacht om er een te kopen. Kan ik lekker toeren.’
Ga je nog verder reizen?
‘Ik vlieg 4 mei terug. De laatste twee weken komen mijn ouders langs. We gaan dan kijken of de nationale parken open zijn om te bezoeken. Het is in die periode namelijk regenseizoen, dus dat is niet zeker. Verder heb ik nog geen specifieke plannen.’
Charlotte Rompelberg