In een brief aan de Tweede Kamer slaan minister Rianne Letschert (D66) en staatssecretaris Judith Tielen (VVD) de piketpaaltjes van hun beleid. Ze verdelen de 1,5 miljard euro die de nieuwe coalitie voor onderwijs en onderzoek heeft uitgetrokken.
Het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD moet voor alle plannen steun van oppositiepartijen krijgen, zowel in de Tweede Kamer als de Eerste Kamer. Zij kunnen dus nog bijsturen. De ‘beleidsbrief’ van de bewindslieden is dus een openingsbod.
Van de 1,5 miljard euro wil het kabinet 582 miljoen euro aan hoger onderwijs, onderzoek en innovatie besteden. Voor het verhogen van de basisbeurs voor uitwonenden (50 euro per maand) is op termijn 109 miljoen euro gereserveerd.
Talent
Het vorige kabinet wilde bezuinigen op het aantal internationale studenten, maar daar kijkt de nieuwe coalitie anders tegenaan. Universiteiten en hogescholen krijgen weer gelegenheid om talent uit het buitenland aan te trekken. Letschert reserveert hiervoor 154 miljoen euro.
Het moet wel gericht gebeuren, vindt het kabinet. De versoepeling geldt dus met name voor sectoren ‘waar de maatschappelijke opgaven het meest urgent zijn en waarmee kennis- en innovatie ecosystemen in de regio behouden blijven’.
Er zit bovendien een limiet aan: groeit het aantal internationale studenten in de ene sector, dan moet het aanbod van Engelstalige opleidingsplaatsen in een andere sector worden beperkt. Universiteiten en hogescholen mogen hierover onderlinge afspraken maken: ze wilden immers zelfregie.
Onderzoek
Van de 428 miljoen euro voor onderzoek gaat 128 miljoen euro naar de zogeheten sectorplannen van universiteiten. Daarin maken zij landelijke afspraken over de verdeling van de taken en specialisaties in het onderwijs en onderzoek. Het kabinet wil dus meer samenwerking en minder concurrentie.
Een ander deel gaat naar praktijkgericht onderzoek door hogescholen. De komende jaren gaat het budget met 20 miljoen omhoog, maar op termijn groeit dat uit naar 68 miljoen euro. Daarbovenop komt 17 miljoen voor praktijkgericht onderzoek in het mbo.
Voor Europese samenwerking in het wetenschappelijk onderzoek reserveert het kabinet 127 miljoen euro vanaf 2030. Dat geld is bestemd voor partnerschappen met andere universiteiten, maar ook voor matching van Europees onderzoeksgeld: soms krijg je van Europa maar een deel van het onderzoeksproject vergoed en moet de rest dus van de eigen overheid komen.
Einsteintelescoop
Letschert wil ook 25 miljoen euro extra uittrekken voor de mogelijke bouw van de Einstein Telescope, een ondergronds observatorium met kilometerslange gangen voor laserstralen waarmee zwaartekrachtgolven gemeten zouden kunnen worden.
Het is nog niet zeker dat die ‘telescoop’ hier echt komt. Nederland wil hem in Limburg bouwen, samen met (wetenschappelijke) partners uit België en Duitsland. Maar er zijn nog twee andere kandidaten die de telescoop willen binnenslepen: het Italiaanse eiland Sardinië en de Duitse deelstaat Saksen.
Voormalig minister van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Europese Zaken Ben Knapen wordt vanaf de zomer ‘speciaal gezant’ voor de Einstein Telescoop.
Digitale infrastructuur
Het kabinet gaat ook investeren in digitale infrastructuur van de wetenschap, staat in de brief aan de Tweede Kamer, ‘bijvoorbeeld via een extra eenmalige bijdrage aan de opvolger van de nationale supercomputer Snellius van 185 miljoen euro’.
Daarna is het wel afgelopen: ‘Wij verwachten van de instellingen dat zij hierna de verantwoordelijkheid nemen om zelf voldoende middelen jaarlijks apart zetten voor een eventuele opvolger.’
Reacties
De universiteiten zijn enthousiast. Koepelvereniging UNL steunt deze eerste uitwerking van de kabinetsplannen, staat in een persbericht. Voorzitter Caspar van den Berg: ‘Na twee jaar waarin Nederland als kennisland stevig is geraakt door de bezuinigingen, is deze koerswijziging een belangrijke stap richting herstel en versterking van onze universiteiten.’
Ook de hogescholen zijn positief. ‘Wij waarderen dat het kabinet voor de komende jaren wil investeren in het onderwijs en onderzoek van hogescholen’, zegt voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen.
Maar de Landelijke Studentenvakbond gaat de slingers nog niet ophangen. ‘Het is fijn dat de basisbeurs met 50 euro omhooggaat, maar dat gaat de problemen van studenten niet oplossen’, zegt Maaike Krom. ‘We komen flink geld tekort.’ Bovendien maakt de studentenvakbond zich zorgen om de afbraak van de sociale zekerheid. Op 1 mei, de Dag van de Arbeid, gaat de LSVb samen met andere vakbonden demonstreren in Amsterdam.