Van Joolingen vertelt dat hij een aantal vragen formuleerde en daarop antwoord probeerde te vinden. ‘Wie leiden we eigenlijk op, was een centrale vraag tijdens de workshops. We leiden masterstudenten op, maar wat kunnen ze uiteindelijk worden? De rector sprak over een T-shape professional. Kortom: de bachelor geeft de breedte, de master de specialisatie.’ Maar de T staat volgens Van Joolingen niet zo stevig. ‘We moeten dus zorgen voor een stevig fundament waarin de T kan worden ingegraven, zodat-ie blijft staan. Het is daarvoor belangrijk dat de studenten goed betrokken worden bij de drie o’s.’
Een andere, opvallende vraag was volgens hem: wie geef je nou een tien? ‘Die vraag zette me aan het denken. Het antwoord? Een masterthesis of een praktijkprobleem dat direct uit te voeren is of geschikt is voor publicatie. En de student heeft bovendien zelfstandig gewerkt en was creatief.’
Een opvallend antwoord kreeg hij op de vraag wat de minimumeisen zijn bij de instroom. ‘Ik hoorde heel vaak motivatie. Dat geldt voor zowel het hbo als voor buitenlandse studenten. Als we kunnen selecteren, zou motivatie een belangrijk item zijn. De vraag die ik jullie stel is: willen we veel studenten opleiden of gemotiveerde studenten? En: gaan we voor topstudenten of zoeken we de breedte op? Van Joolingen vindt dat je als UT recht moet doen aan verschillende vormen van talent. We hebben de superslimme techneut, maar een grote groep studenten van een ander niveau. Denk daar aan.’
Over de uitstroom: ‘Waar leiden we voor op? Voor een baan of voor een eigen onderneming? Het antwoord hangt ook weer af van de mate waarin je wilt voorselecteren op een van de drie o’s. En ik vraag me af of je dat kunt. In de uiteindelijke loopbaan switcht men ook.’
Het zoeken naar goede onderwijsvormen is belangrijk, zegt Van Joolingen. ‘Masteronderwijs moet niet gestandaardiseerd zijn. Het onderwijs moet elke keer weer opnieuw worden uitgevonden. Maar op de vraag of projectonderwijs toepasbaar is, antwoorden velen van u ja. Projectonderwijs doet dus heel erg recht aan het masteronderwijs, maar je moet wel vrijheid hebben. Opleidingen moeten zelf hun studie kunnen inrichten. Ze moeten de vorm kiezen die bij de inhoud past.’ Vervolgt: ‘Ik vraag me ook af of het allemaal wel genoeg schuurt. Leren doet pijn. Soms is het ook nodig om op je bek te gaan, om daar weer van te leren. Dat pamperen van studenten moeten we er misschien wel uithalen. Geef studenten eigen verantwoordelijkheid, gooi ze in het diepe en vertrouw erop dat ze boven komen drijven.’
Dat schuren geldt ook voor de docent, vindt Van Joolingen. ‘Durf te falen en leer daarvan. Als docent heb je het mooiste vak van de wereld. Blijf je dat realiseren, dat is een belangrijk goed.’