Besluit onderwijsmodel uitgesteld

| Redactie

De universiteitsraad schuift het besluit over het invoeren van het Nieuwe Onderwijsmodel (NOM) per september 2013 voor zich uit. In een bijna drie uur durende discussie kon het college van bestuur woensdagochtend de raad nog niet op alle kritiekpunten overtuigen. Uiterlijk binnen een maand moet alsnog een besluit worden genomen.

In het debat kwamen college en raad op enkele punten al dichterbij elkaar. Belangrijkste kritiekpunten van de universiteitsraad blijven de ondeelbaarheid van modules, de financiële onderbouwing van het NOM en de verplichting het onderwijsmodel voor alle opleidingen tegelijk in te voeren.

Dinsdag aanstaande moet het college een brief naar de universiteitsraad sturen met daarin zwart op wit de toezeggingen die het in de discussie heeft gedaan. De U-raad vergadert hierover pas de maandag erop (2 juli). Op zijn vroegst dan, en uiterlijk binnen de wettelijk toegestane termijn van dertig dagen vanaf vandaag, wordt er een besluit genomen over het Nieuwe Onderwijsmodel.

Raad lijkt niet op één lijn

Bij het afstemmen van de procedure gaven verschillende partijen al aan of ze op instemming afstevenen. Zo zei eenmansfractie PvdUT voornemens te zijn niet in te stemmen. Pro-UT (twee leden) kondigde aan de intentie te hebben in te stemmen, maar die partij wil wel eerst de toezeggingen van het college zwart op wit zien.

De zeskoppige medewerkersfractie CC wil graag 'de uiteindelijke formuleringen zien'. Wel liet woordvoerder Frank van den Berg weten nog steeds grote zorgen te hebben over het generiek invoeren van het NOM, de ondeelbaarheid van modules, de kwestie of deelstudiepunten mogelijk zijn, de financiële onderbouwing en de manier waarop evaluatie van het instappen in het NOM wordt georganiseerd. UReka gaf aan ook deze zorgen te hebben, maar de studentenpartij wil 'de verantwoordelijkheid daarvoor bij het college leggen'.

College komt al tegemoet

Collegevoorzitter Anne Flierman accepteerde het uitstel van de besluitvorming , maar benadrukte wel dat over twee weken niet de hele discussie opnieuw moet worden gevoerd. Zowel de beleidsmakers als de mensen die het NOM straks moeten gaan uitvoeren zijn volgens de CvB-voorzitter gebaat bij duidelijkheid.

De raad houdt dus nog zorgen, maar op andere punten kwam het college van bestuur tijdens de vergadering de medezeggenschap al tegemoet. Zo beloofde het college dat een goede herkansingsregeling expliciet deel zal uitmaken van het moduleontwerp. Ook zal elke bacheloropleiding toegang bieden tot minimaal een master, ongeacht de vakken die een student heeft gekozen in de vrijekeuzeruimte. Die keuzeruimte wordt bovendien 'zo breed mogelijk' gehouden.

Het college beloofde bovendien een evaluatie- en monitoringsysteem op te zetten om de implementatie van het NOM te volgen. Dat moet de twijfel van de U-raad wegnemen over het generiek invoeren van het onderwijsmodel voor alle opleidingen. De raad wil liever dat opleidingen met zwaarwegende beweegredenen de keuze kunnen krijgen het NOM niet of nog niet in te voeren. Het college wil op basis van deze monitoring maximaal een jaar uitstel verlenen.

Verder verloop ongewis

Volgens verschillende U-raadsleden is het verdere verloop in de besluitvorming vooral afhankelijk van de brief waarmee het college dinsdag komt. Is die concreet en bevat hij voldoende bevredigende toezeggingen en toelichtingen naar aanleiding van de vergadering van vandaag, dan zou het al in de interne vergadering van de U-raad op 2 juli tot stemming kunnen komen. Zijn de antwoorden van het college minder concreet dan komt er mogelijk na 2 juli nog een overlegvergadering. Vaststaat in ieder geval dat het binnen 30 dagen, dus uiterlijk 20 juli, tot een stemming moet komen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.