Nominaal studeren wordt de norm. Die slogan gebruikt het college om duidelijk te maken dat het menens is met het nieuwe onderwijsmodel. Want nominaal studeren heeft volgens dat college twee belangrijke voordelen: de kwaliteit van het onderwijs gaat omhoog en het studierendement stijgt. Haalde van de lichting 2007 nog maar 32 procent zijn bachelordiploma binnen vier jaar, met het NOM moet het rendement 70 procent of hoger worden. Een mooi vooruitzicht, maar wat heeft de U-raad er dan op tegen?
Alles of niets
De ontwerpers van het Nieuwe Onderwijsmodel, gesteund door het college van bestuur, zijn er vast van overtuigd dat dit hogere rendement bereikt gaat worden met onderwijs in modulevorm. Elke module telt meerdere ‘deelvakken’ die thematische samenhang vertonen en elk afgesloten worden met deeltoetsen. Aan het eind van de module geldt: je haalt alles of je haalt niets. Je krijgt dus nul of vijftien punten.
Het college verwacht dat studenten door deze structuur gemotiveerder zijn om harder te studeren. Bovendien zeggen de bestuurders dat bij vakken die nu al met deeltoetsen werken, het slagingspercentage duidelijk hoger ligt. Het college heeft hoge verwachtingen van de werking van het NOM. Dat vertrouwen berust onder andere op voorbeelden uit het buitenland – onder andere Denemarken en Finland – maar dat is tot nog toe niet genoeg geweest om de universiteitsraad te overtuigen.
Tegenovergesteld effect
Waar het college gelooft in gemotiveerde en hard werkende studenten, vreest de universiteitsraad het tegenovergestelde. De faculteitsraad van TNW heeft met eerstejaars biomedische technologie gesproken, studenten die nu in een pilot van het NOM zitten. Zij ervaren de ondeelbaarheid van modules juist als demotiverend. ‘Als gedurende het kwartiel duidelijk wordt dat niet alles gehaald wordt, stelt men zich de vraag of het nog nut heeft verdere inspanning voor het kwartiel te realiseren. Het lijkt er daarmee op dat een maatregel die rendementsverhogend zou moeten werken, eerder het tegendeel bewerkstelligt’, aldus de U-raad in het concept-besluit over het NOM.
Ook leidt de maatregel volgens de raad tot een ‘onredelijk bindend studieadvies’. Twee keer een onvoldoende op een klein onderdeel van een module en je kunt nog maximaal 30 EC halen, terwijl je misschien het grootste deel van de stof wel beheerst. Om door te mogen studeren zijn 45 EC nodig. De universiteitsraad wijst er verder op dat er al allerlei andere maatregelen worden genomen die een verhoging van het studietempo afdwingen: bindend studieadvies, harde knip en langstudeerboete. Oftewel: om een hoger rendement te behalen, is het NOM niet nodig.
Tactische zet
De deelbaarheid van de modules is niet het enige bezwaar van de U-raad, maar wel het enige dat als ‘onoverkomelijk’ wordt bestempeld. De universiteitsraad stelde in totaal een lijst met veertien randvoorwaarden op. Alleen als het college daarin tegemoetkomt, wil de raad instemmen.
Over die randvoorwaarden zal vandaag en morgen nog druk heen en weer gemaild worden door U-raad en beleidsmakers. Het aangekondigde ‘niet instemmen’ moet beslist ook worden gezien als een tactische zet van de raad om het college van bestuur onder druk te zetten zoveel mogelijk toe te geven aan de eisen van de raad. Door de besluitvorming te rekken en te dreigen dwars te liggen wordt geprobeerd zoveel mogelijk binnen te slepen. Diezelfde strategie werd gebruikt bij het reorganisatieplan. De raad stemde daarmee uiteindelijk in, maar niet nadat de omstreden korting op de promotiepremies van tafel was. Pas op het laatste moment wilde het college dat punt inleveren.
Of deze tactiek nu ook leidt tot bevredigende toezeggingen van het college en uiteindelijk instemming door de U-raad valt te bezien. In discussies bestaan overbrugbare en onoverbrugbare verschillen van inzicht. Of studenten gemotiveerd of juist gedemotiveerd raken – een evidente tegenstelling – lijkt een voorbeeld van zo’n onoverbrugbaar verschil. Het college zal de ondeelbare module – in feite de essentie van het NOM – niet snel laten vallen. Er zal daarom in de achterkamertjes nog heel wat moeten gebeuren wil de raad instemmen komende woensdag.
Paul de Kuyper