De UT wil door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor de financiering beoordeeld worden op onder andere het aantal spin-offs (15 per jaar) en de kwaliteit daarvan, de instroom van het nieuwe University College (70 in 2015) en het delen van infrastructuur met het bedrijfsleven. Dat staat in de voorgestelde prestatieafspraken die het college van bestuur begin deze maand naar demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra heeft gestuurd.
Alle universiteiten en hogescholen moesten dit voorjaar voorstellen voor prestatieafspraken indienen bij het ministerie. Vijf procent van het onderwijsbudget van het Rijk wordt afhankelijk gemaakt van de geleverde prestaties. De afspraken bestaan uit zeven verplichte indicatoren waaronder bachelorrendement. De UT spreekt de ambitie uit om in 2015 een bachelorrendement onder herinschrijvers te halen van 60 procent na vier studiejaren. In 2020 wil de UT zelfs uitkomen op minimaal 70 procent en een uitvalpercentage in het eerste studiejaar van maximaal 25 procent.
Daarnaast mag elke instelling keuze-indicatoren opstellen waarmee het zich wil profileren. Voor de UT zijn dat er vier. De universiteit wil minimaal vijftien spin-offs per jaar afleveren en de kwaliteit daarvan verhogen. Daarnaast moet het nieuwe University College ATLAS in het kader van de indicator ‘excellentie in het onderwijs’ een instroom opleveren van 70 studenten in 2015 en 150 in 2020. De derde zelfgekozen prestatieafspraak gaat over de inverdiencapaciteit. Die moet ondanks krimpende middelen op het huidige peil blijven. De UT wil minimaal een derde van het geld voor onderzoek betrekken uit de tweede (bijvoorbeeld NWO-subsidies) en derde geldstroom (projectfinanciering uit het bedrijfsleven). De rest komt uit de eerste geldstroom, het budget dat rechtstreeks van het ministerie komt.
Ook wil het college van bestuur meer onderzoeksinfrastructuur (en de financiering daarvan) gaan delen met andere instellingen en het bedrijfsleven. Voorbeelden daarvan zijn de al bestaande samenwerking met Boeing op het gebied van composiete materialen in TPRC en het toekomstige Centre for Medical Imaging waarbij wordt samengewerkt met o.a. het UMC Groningen en Siemens.