Geef bèta’s en technici een leukere baan. Dat is een van de ideeën in een masterplan van bedrijfsleven en onderwijs om meer jongeren voor exacte en technische beroepen te werven. Op de lange duur zouden vier op de tien afgestudeerden in Nederland een bèta- of techniekopleidingen moeten hebben gevolgd, vinden de vertegenwoordigers van bedrijven en opleidingen die belangrijk zijn voor de kenniseconomie.
Campagnes die tot meer techniek en bèta-studenten moeten leiden, hebben onvoldoende opgeleverd. Nederland blijft ver achter bij andere landen in het aantal afgestudeerde bèta’s en technici. Daar komt bij dat ze vaak in een niet-exact beroep terechtkomen.
Maak die beroepen leuker, is de oproep aan het bedrijfsleven in het Masterplan bèta en technologie. De banen moeten beter “aansluiten bij de passie en belevingswereld van jongeren”. Ze moeten meer zelfstandigheid krijgen, en meer ruimte voor hun creativiteit. Het werk moet ook afwisselender worden. Uiteindelijk willen de schrijvers van het masterplan de hele samenleving “meer techniek minded maken”. Het imago van technische beroepen moet “naar een hoger plan” om vooral latente bèta’s te werven.
Ook de opleidingen moeten interessanter worden. “Op gebieden zoals duurzame economie, gezondheid, energie, voeding en wonen bestaan spannende combinaties tussen technologie en maatschappelijke relevante innovaties”, menen de rapporteurs. “Het onderwijs kan daarmee jongeren interesseren”.
Daarbij krijgt het bedrijfsleven in het masterplan een grotere rol in het onderwijs. Er moeten bijvoorbeeld meer stageplekken komen. In 2020 zou er voor elke bèta- en techniekstudent een stageplaats moeten zijn. Het plan mikt ook op het buitenland: “De internationale arbeidsmarkt biedt aanvullende mogelijkheden om de kwaliteit en kwantiteit van de beroepsbevolking te versterken.” Samenwerking met buitenlandse onderwijsinstellingen en buitenlandse bedrijven zou hierbij moeten helpen.
HOP