Twentse kabel getest voor kernfusiereactie ITER

| Redactie

De grote kernfusiereactor ITER in het Franse Cadarache wordt mogelijk uitgerust met een supergeleidende kabel die is ontworpen door UT-onderzoeker Arend Nijhuis en zijn vakgroep Energy, Materials & Systems. De huidige kabels bleken anderhalf jaar geleden niet geschikt om de geplande veertig- tot duizend verbrandingscycli te doorstaan. Nijhuis ontwierp een robuustere kabel en die wordt volgende maand getest.

ITER is een wetenschappelijk project om de technische haalbaarheid van kernfusie als energiebron te onderzoeken. Het succes van de reactor in Frankrijk hangt sterk af van de kwaliteit van de supergeleidende kabels waaruit de supergeleidende magneten bestaan. Tests waarbij de kabels werden blootgesteld aan grote elektromagnetische krachten bij extreem lage temperaturen, hebben aangetoond dat de huidige kabels niet voldoen. Dat bleek ook uit een publicatie in Nature.

Nijhuis heeft met een computermodel een nieuwe en robuustere kabel ontworpen. De 864 losse draadjes van 0,8 mm dik waaruit de dikke supergeleidende kabels bestaan, worden op een andere manier vervlochten. Hoewel Nijhuis de werking ervan alleen nog maar in computermodellen heeft aangetoond, is er volgens hem vanuit ITER veel vertrouwen dat de Twentse oplossing werkt. Zijn kabel wordt in maart getest, overigens samen met nog drie kabelontwerpen. Nijhuis is vol goede moed dat zijn ontwerp, waaraan hij drie jaar heeft gerekend, de test doorstaat. ‘Uit mijn model komt naar voren dat deze kabels helemaal niet zullen verslechteren.’ In april worden de testresultaten verwacht.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.