De temperaturen beginnen te dalen en de schaatskoorts loopt meteen op. Voor liefhebbers van ijspret en koude winterwandelingen is er deze week een recept voor een heerlijke traktatie om mee te nemen in je rugtas: Dikkertjes, oftewel dikke pannenkoekjes met rozijnen, ook wel bekend als drie in de pan. Ik kreeg ze vroeger vaak mee naar school van mijn moeder om te trakteren bij een verjaardag. Toen ik op kamers ging wonen, was dit dan ook het eerste recept dat in het kookboekje stond dat mijn moeder voor mij had gemaakt. Het recept is voor ongeveer 30 stuks, waarschijnlijk vanwege het aantal kinderen in de klas. Dat is nogal veel als je ze zelf moet opeten, dus halveer gerust het recept. Maar met deze hoeveelheid heb je ook iets om te trakteren aan je medeschaatsers of –wandelaars.
Benodigdheden
voor 30 stuks
- 500 gram zelfrijzend bakmeel
- 100 gram suiker
- 100 gram boter, gesmolten
- 600 ml melk
- 250 gram rozijnen
- 1 ei
- 1 tl zout
- olie om te bakken (bijv. zonnebloemolie)
- om te serveren: poedersuiker (met kaneel) of stroop
- mixer, beslagkom, koekenpan, juslepel
Bereidingswijze
Wel de rozijnen door ze in een bakje warm water te doen. Doe het meel met het zout in een beslagkom. Voeg hier in het midden een derde van de melk aan toe en begin dan met mixen terwijl je geleidelijk de rest van de melk toevoegt. Mix nu de suiker en het ei erdoor en vervolgens de gesmolten boter erdoor.
Giet de rozijnen af en laat ze even uitlekken en roer die er vervolgens ook doorheen. Je beslag is nu klaar.
Verwarm een koekenpan pan met een beetje olie. Je bakt zo drie dikkertjes tegelijk in een pan, maar voordat je dat doet maak je eerst een testexemplaar. Als de olie heet is, schep je een juslepel van het beslag in de pan. Dit zal zich vormen tot een pannenkoekje van ongeveer 8 cm doorsnee en een centimeter dik. Zet het vuur op laag en bak het pannenkoekje aan beide kanten goudbruin. Het is de kunst om het vuur precies zo hoog te hebben staan dat je onderkant goudbruin is op het moment dat de bovenkant gestold is en klaar om om te draaien. Je kunt het moment van omdraaien ook herkennen aan dat er kleine luchtbelletjes in het pannenkoekje komen. Het duurt ongeveer drie minuten aan de eerste kant en dan nog twee minuten aan de andere kant. Als je dit onder de knie hebt en je je testexemplaar hebt geproefd, dan kun je met twee pannen tegelijk (als je die hebt) drie pannenkoekjes per keer bakken en heb je in een mum van tijd een mooie stapel traktaties.
Leg de dikkertjes op een bord op keukenpapier om het vet er wat uit te laten trekken. Je kunt ze warm of koud eten met bijvoorbeeld poedersuiker of stroop of gewoon naturel. Bewaar ze afgedekt in de koelkast.
Variatie en inspiratie
- Je kunt in een gedeelte van de rozijnen vervangen door stukje gedroogde abrikoos en/of gedroogde cranberry’s.
- Wil je ze wat minder vet, dan kun je de helft van de boter ook door een extra ei vervangen. Voor wat meer vezels vervang je de helft van het meel door volkorenmeel.
- Als je geen mixer hebt, kun je ook met een garde het beslag maken. Giet dan de melk in een kuil in het beslag en neem bij het roeren steeds meer melk mee tot je een homogene massa hebt. Als het te dik wordt, roer je verder met een lepel.
Maaike Endedijk