Volgens De Gouw ligt de nadruk in het overheidsbeleid op de kosten op de korte termijn en niet op de baten op langere termijn. Bovendien werken gemeenten en ministeries te weinig met elkaar samen. De GGD-directeur pleit voor een langjarig integraal beleid waaraan diverse partijen, zoals scholen, overheid, sportverenigingen, horeca, buurtwerk en detailhandel, meewerken. De omgeving moet bewegen stimuleren. Maatregelen die hij voorstelt zijn de aanleg van snelfietspaden en het invoeren van een vettaks.
In zijn dissertatie beschrijft De Gouw een succesvol project in twee Franse dorpen. De universiteit van Lille gaf voorlichting op scholen en introduceerde voedingslessen. Ook gaven de scholen meer sportlessen en waren er ouderbijeenkomsten over gezond eten en bewegen. Daarnaast konden de scholieren gratis sporten bij verenigingen. Ook de detailhandel, vrijwilligersorganisaties en de horeca deden mee. Na acht jaar was het overgewicht onder de jeugd gehalveerd. De Gouw: ‘Het is een flinke investering, maar wel een investering die op de lange termijn kostenbesparend is. Als je alleen naar de uitgaven kijkt, iets wat nu te veel gebeurt, doe je het probleem tekort.’