‘Samenwerking universiteit en industrie kan beter’

| Redactie

‘Het persoonlijk contact tussen hoogleraren en seniors uit het bedrijfsleven kan beter. Er wordt nu nog te veel gedacht in promotieplaatsen.’ Dat stelt bijzonder hoogleraar Jos Benschop. Hij is senior vice president technology bij ASML en ‘minstens een dag per maand’ deeltijdhoogleraar industriële natuurkunde aan de UT. Deze vrijdagmiddag houdt hij zijn oratie.

De leerstoel industriële natuurkunde is een initiatief van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging (NNV) die haar negentigjarig bestaan viert. Het is de gewoonte elke vijf jaar een bijzonder hoogleraar aan te stellen, passend bij een lustrumthema, dit keer de industrie. ‘Aan mij de doelstelling om dit thema qua onderwijs en onderzoek in te vullen en de samenwerking tussen industrie en universiteit te versterken’, aldus Jos Benschop. Voor de veertien jaar die hij nu bij ASML werkt, was hij dertien jaar in dienst bij Philips. ‘Ik ken de industrie en daarnaast heb ik een netwerk in de academische wereld.’

Wat is industriële natuurkunde?

‘De natuurkunde die leidt tot innovaties die via de industrie in producten eindigen. Het is ook de natuurkunde waarbij universiteiten geïnspireerd en gesupport worden door de industrie. Daarmee onderscheidt het zich van de fundamentele natuurkunde die naar waarheid zoekt. De industrie houdt zich bezig met het ontwikkelen van producten. Daarvoor moeten de accenten anders liggen, ook in het onderwijs. De industrie kenmerkt zich door projectmatig werken, is sterk multidisciplinair en je moet je continu afvragen welk doel je dient.’

Waarom is het belangrijk dat deze leerstoel er is?

‘Voor de industrie is het een groot pluspunt als studenten de basisprincipes van de industriële natuurkunde hebben meegekregen. De leerstoel biedt ook kansen voor de academische wereld. Als ik sollicitanten spreek, blijkt dat ze het bijna allemaal leuk vinden dat er een toepassing is voor hun werk. Dat er niet alleen een publicatie uitrolt, maar dat ze ook bijdragen aan een product. Daarnaast zorgt samenwerking voor funding. In een tijd dat geld voor onderzoek onder druk staat, biedt samenwerking kansen.’

Hoe kan de samenwerking tussen industrie en bedrijfsleven beter worden?

‘Die samenwerking is op sommige vlakken goed, maar nog niet overal optimaal als ik dat vergelijk met andere landen. Het persoonlijk contact tussen hoogleraren en seniors uit het bedrijfsleven kan beter. Er wordt nu te veel gedacht in promotieplaatsen. In de VS is het gewoon dat een hoogleraar een deel van zijn tijd in het bedrijfsleven actief is en advies geeft. In Nederland is dat zeer ongebruikelijk.’

Heeft dat met cultuurverschillen te maken?

‘Ook, maar vooral met het beloningssysteem. Hier word je afgerekend op publicaties, citaties en afgeleverde promoties. Er is relatief weinig waardering van visitatiecommissies voor valorisatie. En wat betreft die cultuur: in Nederland is nog wat koudwatervrees voor het bedrijfsleven. Onterecht. Ik hoop dat ik met dit hoogleraarschap wat onbegrip kan wegnemen en mijn visie op samenwerking kan etaleren.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.