Bellen met het buitenland

| Redactie

Geert Folkertsma (23) studeert in het Amerikaanse Cambridge, bij Boston. Een half jaar van zijn masterstudie Mechatronics brengt hij door inhet Biomimetic Robotics Lab van het Massachusetts Institute of Technology.

Waar zit je ergens?
‘Aan de Oostkust van Amerika, in Cambridge. Samen met mijn vriendin huur ik een appartement. Zij loopt in dezelfde periode stage bij Harvard University.’

Wat doe je precies?
‘Ik ontwikkel een robot met vier poten die net als een cheeta zestig kilometer per uur moet kunnen rennen. Met de hulp van een computer maak ik een model zodat we eerst van alles kunnen uitproberen. Het is namelijk erg moeilijk om een robot aan te sturen. Er is al één poot om te testen. De bedoeling is dat de robot eind 2014 klaar is.’



Hoe pak je het aan?
‘Ik gebruik een programma van de UT waar ik mijn collega’s hier voor probeer warm te krijgen. Ik ben dus een beetje een ambassadeur van de UT. Om de robot te laten rennen, moet je rekening houden met verschillende invloeden. De stijfheid van de poten, de buigzaamheid van de rug, enzovoorts. Het is interessant om dat allemaal te berekenen met een computerprogramma en dan een echt model te maken. Ik heb een jaar lang vakken gevolgd die ik nu in praktijk kan brengen. Dat is erg leuk.’

Hoe ziet je afdeling eruit?
‘Het is een jonge onderzoeksgroep. Een assistent-professor geeft leiding en er zijn twee postdocs en een paar graduate students. We hebben geen kantoorruimte, we werken allemaal in het laboratorium. Ik breng veel uren door achter de computer, maar help ook met het bouwen van de robot. De poot, bijvoorbeeld, wordt van speciaal composiet gemaakt.’

Hoe is het om bij het MIT te werken?
‘De kennisinstelling spreekt me heel erg aan. Iedereen bij de Universiteit Twente weet wat het MIT is. De eerste weken is het dan ook bijzonder om hier rond te lopen. Na een tijdje zie je dat het toch wel lijkt op de UT. Het grote verschil is dat er hier veel meer geld beschikbaar is voor onderzoek. Daar zou ons College van Bestuur jaloers op zijn. Het soort onderzoek komt wel overeen. We zijn zeker geen stelletje prutsers aan de UT.’

Wat doe je in je vrije tijd?
‘We trekken er vaak op uit. Cambridge doet behoorlijk Europees aan, net als Boston. Er zijn veel universiteiten. Ik ben overigens blij dat ik hier niet hoef te fietsen. De automobilisten zijn er totaal niet mee bekend en gooien hun portier zonder te kijken open.’

En wat hierna?
‘Als ik terugkom wacht het afstuderen. En mijn euphonium, tenortuba. Ik speel vanaf mijn zevende en ik heb het instrument niet meegenomen. Ja, ik mis het spelen wel.’

Sandra Pool

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.