Waar vallen de klappen?

| Redactie

Elke Nederlander gaat volgens premier Mark Rutte de bezuinigingen voelen in de portemonnee. Dus ook de student. En zeker ook de universiteiten. Waar gaat het geld wel en niet heen het komend jaar in onderwijs- en onderzoeksland? Bekostiging universiteiten Het kabinet maakt in de begroting geen onderscheid meer in het onderzoeksdeel en het onderwijsdeel van de universiteitsbekostiging. Het budget groeit minder hard dan het aantal studenten waardoor onderwijs en/of onderzoek zullen moeten inleveren. Gemiddeld daalt het bedrag dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uitgeeft per wo-student van 6000 euro in 2012 naar 5600 euro in 2013. Doordat (langzame) studenten meer collegegeld betalen via de langstudeerboete, krijgen universiteiten via die weg extra binnen. Dat is echter niet dekkend. In 2013 leveren universiteiten zo’n tweehonderd euro per student in. Prestatieafspraken Universiteiten die de onderwijsdoelen halen die ze met het ministerie overeengekomen zijn, krijgen straks meer geld dan instellingen die daar niet in slagen. Staatssecretaris Zijlstra had het al aangekondigd in zijn ‘strategische agenda’. Hiermee gaat een lang gekoesterde wens van zijn partij in vervulling. De VVD kon het in 2007 niet verkroppen dat toenmalig PvdA-minister Plasterk de leerrechtenplannen van zijn liberale voorganger Rutte afschoot zonder daar een structurele vorm van prestatiebekostiging tegenover te zetten. Het kabinet stelt overigens geen extra geld ter beschikking. Het reserveert zeven procent van het reguliere onderwijsbudget voor universiteiten en hogescholen. Een bedrag van tachtig miljoen euro in 2012, oplopend naar 260 miljoen in 2015, gaat naar instellingen die hun prestatieafspraken met het ministerie nakomen. Daar bovenop kunnen ze geld krijgen uit een pot van vijftig miljoen euro als ze er – in lijn met het advies van de commissie-Veerman – in slagen om zich goed te profileren en hun onderwijsaanbod zinvol af te stemmen met andere universiteiten of hogescholen. Basisbeurs masters ‘Om een ambitieuze studiecultuur te ondersteunen’, heet het in de begroting, krijgen masterstudenten vanaf 2012 geen basisbeurs meer, betalen langstudeerders een hoger collegegeld en wordt het gebruik van de studenten ov-chipkaart beperkt. ‘Studenten moeten daardoor bewuster gaan nadenken over hun studiekeuze en studievoortgang.’ Het geld dat deze maatregelen oplevert, wordt volgens het kabinet gebruikt om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren. Grootschalige research Het kabinet reserveert 36 miljoen euro extra voor wetenschappelijke ict-projecten, geavanceerde mri-scanners, biodatabanken en andere grote onderzoeksvoorzieningen. Voor deze grootschalige researchinfrastructuur komt daarmee in totaal jaarlijks 56 miljoen euro beschikbaar. Dat had Zijlstra al eerder bekendgemaakt in zijn strategische agenda. Toen meldde hij ook dat de helft van het extra geld bedoeld is voor ict-voorzieningen: netwerken, supercomputers, geavanceerde dataopslag en dergelijke. Maar dit extraatje moet de wetenschap zelf betalen. De totale uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek zullen de komende jaren lager worden. Die zweven niet meer rond de één miljard euro, zoals in de vorige rijksbegroting, maar dalen van bijna negenhonderd miljoen in 2012 naar ruim achthonderd miljoen in 2016. Tweede geldstroom Het jaarlijkse budget voor wetenschapsfinancier NWO bedraagt geen 322 miljoen euro meer, maar kalft af naar 304 miljoen euro in 2016. NWO verdeelt de zogeheten tweede geldstroom voor onderzoek en financiert wetenschappers op grond van hun onderzoeksvoorstellen. De talentenprogramma's, waarin de beste onderzoekers om het geld strijden, krijgen het hierdoor minder ruim. Bron: Hoger Onderwijs Persbureau

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.