Ingezonden: Prinsjesdag en de UT
In deze week van Prinsjesdag 2011 worden de geesten rijp gemaakt voor het ‘grote inleveren’. Niet alleen moeten UT-medewerkers als ambtenaren (die part noch deel hebben aan de oorzaken van de kredietcrisis) nog eens 3 jaar op de nullijn blijven, zodat bij een inflatie van 2% per jaar na 5 jaar 10% structureel is ingeleverd. Nee, daarnaast blijkt uit de plannen van het college dat de vaste wetenschappelijke staf met meer dan 10% wordt ingekrompen. Een groeiend aantal studenten en meer onderzoekprojecten moeten met minder personeel worden ‘bediend, en liefst op een kwalitatief hoger niveau. Dat is financieel vertaald in dalende prijzen per studiepunt (een daling van 20%) en per promotie (-10%) en gestegen kosten voor onder meer huisvesting (meer dan 10%). Tja, dat krijg je als je je met een linkse hobby als onderwijs bezighoudt. Het college wijst met de beschuldigende vinger naar het kabinet en tegelijkertijd wijst ze op de, door staatssecretaris Zijlstra ondersteunde, noodzaak van vernieuwing van het onderwijs. Dezelfde Zijlstra dus, die beweerde dat er niet structureel op het hoger onderwijs budget bezuinigd wordt. Wie heeft er nou gelijk? Analyse *) van de financiële stukken geeft het antwoord: de onderwijsinkomsten nemen niet af en het onderzoekbudget wordt waarschijnlijk wel gekort met 4.6 miljoen door verschuiving naar de tweede geldstroom. Van de 14 miljoen Rijksbezuinigingen die het college een half jaar geleden verwachtte, blijkt dus slechts een derde structureel. Geen kattenpis, maar dat is al op te vangen indien het college de bezuiniging van 5 miljoen wel had gehaald bij de reorganisatie EMB (Efficiente Moderne Bedrijfsvoering). De dramatische daling van de onderwijs- en onderzoekbekostiging is een politieke keuze om zo in een paar jaar 20 miljoen af te romen voor de bijzonder slecht uitgewerkte onderwijsplannen: met geld kun je immers medewerkers wel verleiden om eraan mee te werken. Twintig miljoen lijkt een groot bedrag, maar bij een totale vernieuwde opzet van alle opleidingen, een nieuw University College en extra middelen voor onderzoekspeerpunten (welke?) is het volstrekt onvoldoende. Ook financieel is dat een probleem, want ondanks de grote tekorten op de begrotingen (dit jaar niet 6 maar 10 miljoen negatief), denkt het college dat we gerust de reorganisatie uit de ‘reserves’ kunnen betalen. Dat betekent dus miljoenen extra lenen van de bank en de toekomstige UT-generaties met extra rente en aflossing opzadelen. Gezien de gevolgen voor de reguliere bekostiging van het onderwijs lijkt kwaliteitsverlies en toenemende druk om studenten ‘er door te jassen’ onvermijdelijk. Dat is bij de vorige bezuinigingsronde in het onderwijs wel gebleken. Uiteraard ontkent het college al dat soort effecten, met uitspraken als ‘Onderwijs kost wat je erin stopt’, ‘Nooit is aangetoond dat meer docenten tot betere resultaten leidt, dus het omgekeerde geldt ook niet’ en ‘Het doel is om meer onderzoeksmiddelen binnen te halen in een krimpende markt’. Maar het is nu tijd om de green field approach op deze plannen los te laten: is dit plan het risico waard? Willen we gewaardeerde collega’s wetenschappelijk afschrijven, oprotpremies bieden of naar het afvoerputje van een gedwongen ontslag leiden en de achterblijvers over de kling jagen met veel extra taken? Willen we geld lenen voor het realiseren van bestuurlijke ambities of houden we het achter de hand voor onvoorziene tegenvallers? Willen we het risico lopen dat halverwege de complete verbouwing van het onderwijsgebouw het geld op blijkt? Nee, dus. We kunnen beter ‘de boel (de hardwerkende medewerkers) bij elkaar te houden’, ons richten op ons reguliere werk èn werken aan kwaliteitsverbetering en vernieuwing. Maar wel in de juiste, haalbare verhouding en in het juiste tempo. Dick Meijer, namens de fractie CC in de URaad *) Onderbouwing op aanvraag verkrijgbaar