Nieuwe richtlijn werken met nanodeeltjes

| Redactie

Landelijke wetgeving is er nog niet, maar de UT heeft wel alvast een nieuwe richtlijn opgesteld voor het werken met nanodeeltjes. Die deeltjes kunnen een risico vormen voor de volksgezondheid, hoewel nog onbekend is wat de effecten (vooral op de langere termijn) zijn. Iedereen aan de UT die werkt met nanodeeltjes moet vooraf puntsgewijs nagaan wat de mogelijke risico’s zijn.

De richtlijn ‘Werken met nanodeeltjes’ loopt vooruit op landelijke Arbo-wetgeving en is opgesteld door de afdeling Veiligheid, Gezondheid en Milieu van de concerndirectie Human Resources (HR). Eigenlijk is het een logisch vervolg op bestaande richtlijnen voor het werken met gevaarlijke stoffen en het werken met kankerverwekkende en reprotoxische (giftig voor de voortplanting) stoffen, aldus biologische-veiligheidsfunctionaris Erik Schokkin van HR.

Doordat nanodeeltjes zo klein zijn (hoogstens honderd nanometer groot), hebben ze vaak uitzonderlijke eigenschappen. ‘Wetenschappelijk gezien kunnen dat heel mooie eigenschappen zijn, maar door hun geringe afmetingen kunnen de deeltjes diep in het lichaam binnendringen, zelfs tot op cellulair niveau. We weten niet welke schade ze daar aan kunnen richten’, legt Schokkin uit.

Het UT-beleid is erop gericht blootstelling aan nanodeeltjes te voorkomen en anders de duur en mate zo beperkt mogelijk te houden. Het RIVM heeft grenswaarden geadviseerd en die worden in de richtlijn aangehouden. Lastig is volgens Schokkin dat die grenswaarden niet altijd gebaseerd zijn op onderzoek, omdat de gezondheidseffecten van veel nanodeeltjes nog onbekend zijn.

Hoofd van het NanoLab Gerard Roelofs noemt het goed dat er een richtlijn is opgesteld. Het biedt volgens hem een houvast. ‘De procedure is dat we puntsgewijs kijken welke deeltjes mogelijk kunnen vrijkomen bij het werk in de cleanroom en wat de risico’s daarvan zijn. Als je risico verwacht, neem je voorzorgsmaatregelen.’

In de cleanroom worden veel nieuwe nanostructuren gemaakt. Grote risico’s zijn hier volgens Roelofs niet aan verbonden. ‘Dat gebeurt allemaal in een afgesloten ruimte, in een vacuümsysteem. Deeltjes komen niet in contact met de omgeving.’ Dat is belangrijk en staat ook in de richtlijn, aldus Schokkin. ‘Houd deeltjes zo veel mogelijk in een gesloten systeem. Zo voorkom je blootstelling.’

Overigens komen nanodeeltjes ook voor in veel consumentenproducten. Bekende voorbeelden zijn titaandioxidedeeltjes in zonnebrandcrème voor een glanzend effect, gouddeeltjes in sokken tegen het zweten en koffiemelk waar deeltjes in zitten die klonteren voorkomen. Roelofs maakt zich een stuk minder zorgen over het werken met deeltjes in het NanoLab dan over de mogelijke gezondheidsgevolgen van nanodeeltjes in deze en andere producten. ‘We weten niet wat voor effecten ze in de toekomst hebben. Misschien is er niks aan de hand, maar we kennen de risico van deze deeltjes niet.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.