Sandra Pool
Geen 50 maar 47 jaar is het geleden dat de eerste studenten door de poorten van de campus kwamen. De eerste drie jaar na de oprichting van de THT waren nodig om de organisatie van de hogeschool school vorm te geven. In 1964 begonnen de colleges, met in totaal 220 eerstejaars, gesmeed tot een hechte groep. ‘We deden altijd samen practicum’, zegt Wim Andriessen. ‘Ik heb hem daarna nooit meer gezien.’ Tafelgenoot Jeroen IJsseldijk weet het ook nog goed. ‘We trokken veel met elkaar op.’ Andriessen: ‘Tijdens een opdracht maakten we een foutje. Weet je nog dat we op het matje moesten komen?’ Het begint IJsseldijk te dagen.
De twee oud-studiegenoten studeerden Digitale techniek. Ze hebben elkaar na het behalen van het diploma nooit meer gezien. Anekdotes kennen ze genoeg. Zo staat het openingsfeest in Hengelo ze nog vers in het geheugen. IJsseldijk: ‘Hoe moesten die 220 jonge kerels nou aan een date komen? Daar had men wat op bedacht. De studenten werden opgeroepen om hun zussen beschikbaar te stellen.’ Andriessen lacht instemmend. ‘Ik kwam met de zus van een studiegenoot in aanraking. Ze kwam uit Lonneker. Ik ging op de fiets naar haar ouders toe om te laten zien wie ik was. Dat ging in die tijd zo.’
IJsseldijk: ‘Ik ontmoette toen mijn huidige vrouw. We zaten zojuist nog op het terras in de binnenstad te lunchen en ik zei tegen haar dat het 47 jaar geleden is dat we elkaar voor het eerst een kus gaven.’ Een mooie herinnering. Ook Ger Jansen, Jan Löwik en Han Paus halen herinneringen op. Jansen begon met Elektrotechniek maar switchte naar Toegepaste wiskunde. ‘Uiteindelijk ben ik gestopt. Ik haalde het diploma Wetenschappelijk rekenen en ging daarna in de automatisering werken.’
Reünist Tjoe Houw Kwee schuift aan. Jansen: ‘Hey Tjoe, dat is lang geleden zeg!’ Lacht: ‘Qua lengte nog steeds dezelfde. Wel iets breder geworden.’ Hartelijk worden er handen geschud. De volgende nieuwe binnenkomer roept ook de nodige herinneringen op. Löwik: ‘Dag Gerard. Beroemd en berucht.’ Gerard te Meerman: ‘Ik kan je nog een paar sappige verhalen vertellen. Wat ik nog goed weet is de morele benauwdheid van de bestuurders. Natuurlijk bleven er op de campus meisjes overnachten. Tegen de zin van de autoriteiten. Men kwam met een absurde maatregel op de proppen. Studenten die experimenteerden met het seksuele mysterie, zo heette dat destijds, moesten gemeld worden. Het voorschrift werd bij de studentenvereniging door de strot geduwd. Het is natuurlijk van de gekke dat studenten elkaar gaan verraden. We maakten een vuist en hebben het bestuur gedwongen het voorstel in te trekken. Iets wat kwaad bloed zette. Men dreigde mij zelfs te verwijderen van de hogeschool wegens ‘campusonbekwaamheid’. Dat hebben ze uiteindelijk niet gedurfd.’ Te Meerman studeerde in 1972 af bij Wiskunde en Filosofie en werkt momenteel als statistisch geneticus bij de Universiteit Groningen.
Löwik: ‘Ik heb zojuist weer over de campus gereden. Het voelt allemaal weer zo vertrouwd.’ Jansen: ‘In de zomer hielp ik mee met het inrichten van de nieuwe studentenkamers.’ Löwik: ‘En we waren betrokken bij het oprichten van alle verenigingen. Ik was bestuurder bij de voetbal- en de biljartclub. We begonnen onderaan in de klassencompetitie bij het voetbal. Maar jong en fit als we waren, werden we jaar na jaar kampioen. Toch moest je oppassen met die boerenjongens en niet met tédikke cijfers winnen. Dat kon wel eens in slechte aarde vallen.’
Een stel heren met een rode dahlia op het revers stapt binnen. Ze vormen de dahliagroep en waren in 1964 studenten uit Delft, Groningen, Leiden en Rotterdam. ‘Wij werden ingeschakeld om de introductie voor de eerste THT-studenten te verzorgen’, vertelt Kees Robers. ‘We moesten er een eenheid van maken. Er werden werkgroepen gevormd om bijvoorbeeld de steigers voor de roeivereniging te timmeren. Als voortrekkers van de ploeg waren we te herkennen aan de bloem.’ Vervolgt: ‘We troffen hier een fantastische entourage aan. Een gespreid bedje, en mooie, artistieke gebouwen. Twaalf dagen lang stroopten we de mouwen op en gingen we aan de slag met de verse studenten.’ En dat was niet voor niets. Het werk van die eerste generatie legde de fundering van clubs en verenigingen die vandaag de dag nog steeds bestaan.
Naast gelegenheid om herinneringen op te halen, kregen de reünisten een rondleiding over de campus en een presentatie van promovendus Jorrit de Boer die onderzoek deed naar de geschiedenis van de UT.
![]()
![]()
‘Weet je nog dat we op het matje moesten komen?’ Foto: Arjan Reef