Hoe wordt een student een ‘kenner’?

| Redactie

Academische vorming is het ontwikkelen van de kenner, niet zozeer de overdracht van kennis, vindt Henk Procee. Hij was de afgelopen tien jaar bijzonder hoogleraar wijsbegeerte in relatie tot academische vorming. Deze week ging hij met emeritaat. ‘Studenten die hier alleen komen omdat ze later veel geld willen verdienen, redden het niet.’

Paul de Kuyper

Je merkt hoe ik praat. Zinnen die ik niet afmaak, te veel ideeën in mijn hoofd. Als je vraagt wat ik geleerd heb van studenten, dan is het: neem rust, neem pauzes.’ Verstrooid en tegelijk scherp. Zo typeert hij zichzelf. Afgestudeerd scheikundige, maar nu vooral filosoof. ‘Je hebt verschillende typen hoogleraren. De hoogleraar die in de frontlinie staat, veel geld binnenhaalt en een flinke groep mensen om zich heen heeft werken. En een ouderwets type zoals ik. Iemand die vooral in z’n eentje werkt en graag met zijn neus in de boeken zit.’

Ruim tien jaar geleden werd Henk Procee benoemd tot bijzonder hoogleraar wijsbegeerte in relatie tot academische vorming, naast zijn baan als directeur van Studium Generale. ‘Wat is dat eigenlijk, academische vorming,’ vroeg UT-Nieuwshem daags na zijn aanstelling. Zijn antwoord: ‘Dat vragen we ons al 2.300 jaar af.’

Heb je na tien jaar een beter beeld gekregen van academische vorming?

Ik heb in dat interview waarschijnlijk verteld dat er twee grote scholen zijn. De ene stelt de wetenschappelijke discipline centraal en vindt dat je je vooral moet ontwikkelen door kritisch te onderzoeken. Dat is de lijn van Von Humboldt. De andere school, van onder anderen Newman, beschouwt academische vorming als een middel dat mensen helpt op een intelligente manier maatschappelijk te functioneren. Voor beide tradities valt iets te zeggen. Bij Von Humboldt is onderzoek wezenlijk, alleen door zelf onderzoek te doen, kun je de diepte ingaan. Daar sta ik dichtbij. Na tien jaar zeg ik: academische vorming is mensen een sterk onderzoekend karakter meegeven. Niet alleen in de wetenschap, ook in andere aspecten van het leven.’

Als afscheidscadeau voor de UT schreef Procee Intellectuele passies. Een lastig boek, erkent de auteur, en daarom adviseert hij het eerste hoofdstuk over te slaan en tot het laatst te bewaren. ‘Dan begrijp je het beter. De uitgangspunten in dat eerste hoofdstuk gaan vooral leven als je ziet hoe ze in het onderwijs toegepast kunnen worden. In de andere hoofdstukken ga ik dieper in op academische vaardigheden zoals waarnemen, redeneren, presenteren en reflecteren. Hoe je als docent studenten daarbij op weg kunt helpen.’

In het boek stel je de kenner centraal, niet de kennis. Waarom?

Ik heb veel nagedacht over wat kennis is. Je kunt zeggen: alles wat in boeken staat. Maar als geen mens ze leest, is het dan nog steeds kennis? Om te bepalen of iets kennis is, heb je een kenner nodig die begrijpt wat er gebeurt en wat dat betekent. Als studenten klaar zijn met hun opleiding, zijn het dan mensen die meer kennis hebben of mensen die kritisch naar zichzelf en naar problemen kunnen kijken? Ik denk dat laatste. Voor mij bestaat er een essentieel onderscheid tussen kenner, kenproces en kenproduct. Academische vorming is het ontwikkelen van de kenner aan de hand van het kenproces, namelijk methodologie, en het kenproduct, al bestaande kennis. Hoe ga je met een student om zodat hij een kenner wordt, dat hij zijn verantwoordelijkheden leert en zijn eigen weg zoekt in een vakgebied? Daarover gaat mijn boek.’

De drie intellectuele passies waarnaar de titel verwijst, zijn nieuwsgierigheid, willen begrijpen en kritisch denken. Welke is het belangrijkst?

Dat verschilt per persoon. Zelf neig ik naar willen begrijpen. Je moet van alles al iets hebben wil je in een wetenschappelijke context kunnen opereren. Studenten die niet nieuwsgierig zijn, niet willen begrijpen, geen kritisch onderscheid kunnen maken, maar hier alleen komen omdat ze veel geld willen verdienen, die redden het niet. In het onderwijs moeten we een sfeer creëren die aan alle drie de passies recht doet.’

Hoe kijk je tegen de voorgestelde onderwijsvernieuwingen aan?

Daar schuilt naast een onderwijskundige een financiële discussie achter. Natuurlijk vind ik het jammer dat opleidingen die mij na aan het hart liggen misschien verdwijnen omdat de instroom te laag is. Het model zelf ken ik niet goed genoeg om er iets van te vinden. Waar ik overigens veel moeite mee heb, is de voortdurende roep om excellentie. Dat woordgebruik heeft effect op de overige 96 procent van onze studenten die gewoon een opleiding goed wil afronden. Zij kunnen de indruk krijgen dat ze tekortschieten. Ook voor die studenten is deze universiteit er. Zij worden onzichtbaar door het excellentiejargon.’

Je hebt jarenlang studenten ‘gevormd’, maar hoe hebben zij jou gevormd?

Ik heb een heleboel dingen uitgeprobeerd op studenten om te kijken hoe het uitpakte. Daar geniet ik van. Wat ik ook iedere keer weer zo leuk vind aan studenten is hun onverschrokken eagerness. Wat ben ik soms toch gemakzuchtig, denk ik dan, terwijl zij gaan uitzoeken hoe iets echt zit.’

Afgelopen dinsdag nam Henk Procee afscheid. Hij gaf daar zijn boek Intellectuele passies als cadeau aan de UT-gemeenschap. UT-docenten die niet aanwezig waren en toch graag zijn boek willen hebben, kunnen een exemplaar aanvragen bij Studium Generale ([email protected]).


Henk Procee: ‘Je kunt zeggen: kennis is alles dat in boeken staat. Maar als geen mens ze leest, is het dan nog steeds kennis?’ Foto: Arjan Reef

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.